Het moet weer even. Ik had me voorgenomen niet meer zoveel over doping te schrijven, maar kan de drang nu echt niet weerstaan. Vandaag moest Greg van Avermaet zich verantwoorden tegenover de Belgische wielerbond voor zijn contacten met sportarts Chris Mertens. Greg zou zich hebben schuldig gemaakt aan inname van Diprophos (injecteerbaar betamethason: zeer krachtig corticosteroide) en Vaminolact (injecteerbare combinatie van aminozuren). Beide middelen staan op de dopinglijst. Diprophos mag je alleen gebruiken als je in het bezit bent van een dispensatie en Vaminolact mag je alleen gebruiken als je niet injecteert. Waarom dokters intraveneuze corticosteroïden zouden moeten toedienen aan atleten (anders dan voor doping) is mij een raadsel en het slikken van een middel dat bedoeld is voor injectie is meestal ook geen goed idee. Een glas melk is waarschijnlijk effectiever.
Het probleem van de Belgische bond ligt niet alleen bij de middelen die Greg gebruikte. Het feit dat hij ze waarschijnlijk kreeg van Chris Mertens maakt het er niet frisser op. Dokter Mertens kwam in 2013 al eens in het nieuws toen hij ozontherapie zou hebben toegepast op een aantal atleten, onder wie Jurgen van den Broeck. Kwakzalverij natuurlijk, maar dat doet er even niet toe. In 2012 werd de Belgische WK-ploeg door collega Mertens geprepareerd. Gilbert werd wereldkampioen. Dat prepareren moest kennelijk in het geheim: een en ander werd pas bekend na een anonieme brief aan tv-zender VTM. Verder valt over Chris Mertens te vertellen dat hij de zoon is van Jules Mertens. Jules was ook al actief in het wielrennen, onder andere bij de PDM en Capri Sonne, waarvan Peter Winnen uit de doeken deed dat hij er doping kreeg voorgeschreven.
Tot zover niets nieuws onder de zon.
Mijn verbazing werd vooral geschetst door de reactie van Van Avermaet. Hij geeft toe dat hij patient was van Chris Mertens, die zichzelf beschrijft als "een gewone huisarts". Hij ging daar echter niet heen voor medicatie, hoe kom je erbij. Hij vertelt dat hij de huisdokter uit Rotselaar alleen voor massage bezocht.
Massage.
Greg fietst voor BMC, waar ze volgens de website 11 'therapists' (fysiotherapeuten?) en 2 osteopaten (lees: kwakzalvers) in dienst hebben. Dat is niet genoeg voor Greg. Greg wil liever gemasseerd worden door een "gewone huisarts" uit Rotselaar. Ik weet niet hoe u het zich voorstelt, maar als ik naar mijn huisarts ga met het verzoek om een massage, word ik waarschijnlijk getrakteerd op verbazing en hoongelach.
Greg moet even bellen met Frank van Marwijk die liegcursussen aanbiedt. Vooral letten op regel 7, Greg: "Geef geen onnodige verklaringen af".
Harry Koene
- Harry Koene
- Netherlands
- Fietsfreak, mooi-weer fietser. Liefst bergop, maar op vlakke beter. Zelfbenoemd EPO-kenner
donderdag 16 april 2015
vrijdag 30 januari 2015
Basketbal voor wielrenners
Ik weet niet meer precies wanneer het was, maar het moet na 1980 zijn geweest. Joop Zoetemelk maakte een van de grootste inschattingsfouten van zijn leven door deel te nemen aan een soort TV-meerkamp. Het concept was best aardig: laat topsporters uit diverse disciplines allerlei sportdingetjes doen en kijk wie er wint. Daarbij ging het natuurlijk niet om wie het hardst kon fietsen. Nee, het ging meer om dingen uit de gymlessen van de lagere school, een soort apekooien voor volwassenen. Gepresenteerd door Mies Bouwman.
Joop was een wereldtopper en het Nederlandse publiek was trots na zijn Tour-overwinning, maar iedereen wist dat Joop niet zou winnen. Het was duidelijk dat wielrennen daarvoor teveel een beensport is.
Een van de onderdelen was touwklimmen. Niet Joops sterkste nummer. Ik kan de pogingen van Joop om van de grond te komen nog zo op mijn netvlies terughalen. Het publiek probeerde tevergeefs het leedvermaak te onderdrukken. Ik wenste Joop een slimmere manager toe.
De winter is voor de wielrenner in mij een lastige periode. Het hoeft van mijn niet elke dat 20 graden te zijn, maar om bij regen, sneeuw en wind op de fiets te stappen, als is het de ATB, vergt veel van mij. De Tacx is een redelijk alternatief, maar elke winter zoek ik naar prettigere mogelijkheden. Zo ook deze winter.
Sinds enige maanden basketbalt mijn zoon bij OSM '75 in Maarssen. Leuke club, relaxte sfeer. Tijdens een van de zijn eerste trainingen gooide ik wat balletjes. Lekker gevoel. Vroeger was ik een tamelijk fanatieke basketballer, maar studeren in Amsterdam bracht allerlei verleidingen met zich mee die nogal slecht combineerden met intensief sporten. Ik liet me nu gemakkelijk overhalen om eens mee te doen met een training van Heren 1. Zo erg zou het toch niet zijn, ik was toch in goede conditie?
Dinsdagavond om half 9 stond ik te trappelen, twee uur later strompelde ik meer dood dan levend van het veld. Uitgewoond, enkel verzwikt en brandende bovenbenen. Geweldige sport, maar ik was vergeten hoe intensief het is. Ik was ook het bestaan van nogal al wat spiergroepen in mijn boven- en onderbenen vergeten. De ochtend na de training kon ik niet opstaan. Bij alleen al de gedachte aan de trap sprongen de tranen in mijn ogen. Basketballen is niets voor wielrenners.
Mijn seizoen op de fiets is verloren. Dinsdagavond sta ik weer paraat.
Joop was een wereldtopper en het Nederlandse publiek was trots na zijn Tour-overwinning, maar iedereen wist dat Joop niet zou winnen. Het was duidelijk dat wielrennen daarvoor teveel een beensport is.
Een van de onderdelen was touwklimmen. Niet Joops sterkste nummer. Ik kan de pogingen van Joop om van de grond te komen nog zo op mijn netvlies terughalen. Het publiek probeerde tevergeefs het leedvermaak te onderdrukken. Ik wenste Joop een slimmere manager toe.
De winter is voor de wielrenner in mij een lastige periode. Het hoeft van mijn niet elke dat 20 graden te zijn, maar om bij regen, sneeuw en wind op de fiets te stappen, als is het de ATB, vergt veel van mij. De Tacx is een redelijk alternatief, maar elke winter zoek ik naar prettigere mogelijkheden. Zo ook deze winter.
Sinds enige maanden basketbalt mijn zoon bij OSM '75 in Maarssen. Leuke club, relaxte sfeer. Tijdens een van de zijn eerste trainingen gooide ik wat balletjes. Lekker gevoel. Vroeger was ik een tamelijk fanatieke basketballer, maar studeren in Amsterdam bracht allerlei verleidingen met zich mee die nogal slecht combineerden met intensief sporten. Ik liet me nu gemakkelijk overhalen om eens mee te doen met een training van Heren 1. Zo erg zou het toch niet zijn, ik was toch in goede conditie?
Dinsdagavond om half 9 stond ik te trappelen, twee uur later strompelde ik meer dood dan levend van het veld. Uitgewoond, enkel verzwikt en brandende bovenbenen. Geweldige sport, maar ik was vergeten hoe intensief het is. Ik was ook het bestaan van nogal al wat spiergroepen in mijn boven- en onderbenen vergeten. De ochtend na de training kon ik niet opstaan. Bij alleen al de gedachte aan de trap sprongen de tranen in mijn ogen. Basketballen is niets voor wielrenners.
Mijn seizoen op de fiets is verloren. Dinsdagavond sta ik weer paraat.
vrijdag 3 oktober 2014
Oude wijn in nieuwe zakken
Afgelopen zondag liep Dennis Kimetto in Berlijn een nieuw wereldrecord op de marathon. In zijn derde wedstrijd liep hij 2:02:57, een kleine halve minuut sneller dan het oude record. Luc Krotwaar, een Nederlandse marathonloper, trok die prestatie in twijfel. Hij schatte de kans dat het record op een dopingvrije manier tot stand was gekomen op 10%. Volgens hem gebruikt 90% van de huidige generatie marathonlopers prestatiebevorderende middelen. Het zal u niet verbazen dat ik hem geloof.
Uiteraard heeft hij geen hard bewijs, er zijn geen positieve dopingtesten. Zijn verdenking is ontstaan uit de enorme progressie die de Afrikanen de afgelopen 10 jaar hebben geboekt op de lange afstanden. Sinds 2002 is er ruim tweeënhalve minuut afgesnoept van het marathonrecord. Verder put hij uit waarnemingen die hij deed terwijl hij in Kenia trainde. Dat er in Kenia nauwelijks op doping wordt gecontroleerd maakt de zaak niet frisser.
Ik geloof hem. Niet zozeer door zijn eigen beweringen, maar vooral door de reactie van Gerard van Veen in de NRC van afgelopen woensdag 1 oktober. Gerard is de manager van Kimetto en geeft aan dat zijn loper dit jaar al 10 keer is gecontroleerd. Van Veen doet net alsof dat een bewijs van onschuld is, maar weet natuurlijk beter. Het is hetzelfde argument dat onder anderen Armstrong gebruikte om zich te ontdoen van dopingbeschuldigingen. Niet zo'n heel erg geloofwaardige verdediging, bleek later. De manager maakt het erger door te stellen dat Nederlandse artsen niet wisten wat ze zagen toen ze Dennis Kimetto onderzochten in verband met een blessure. Die zouden beweerd hebben dat Dennis een "gigantisch sterk hart en sterke longen" zou hebben. Dat is lachwekkend. "Sterke longen", wat betekent dat überhaupt?
Chemometricus Klaas Faber maakt in hetzelfde stuk gewag van een "genetisch voordeel" van Kenianen en zet Krotwaar weg als een gefrustreerde, tweederangs atleet. Ook die redeneertrant is eerder gebruikt, het vaakst door Hein Verbruggen (ex-voorzitter UCI) toen hij types als Bassons ('monsieur Propre') probeerde de mond te snoeren toen die de prestaties van Armstrong waagde te betwijfelen.
Atletiekcoach Henk Kraaijenhof wil niet dat bijzondere prestaties meteen in twijfel worden getrokken. Hij vindt dat je daarmee dopinggebruik stimuleert, doordat atleten denken dat je alleen op die manier de top kan bereiken. Hij weet natuurlijk heel goed dat dat inderdaad zo is. In deze context is het interessant dat Kraaijenhof fervent tegenstander is van dopingcontroles, omdat die oneerlijkheid in de hand zouden werken. In 2009 schreef Sylvain Ephimenco een geinig stukje over Henk. Met zulke vrienden heeft Dennis Kimetto geen vijanden nodig.
Ik snap al die mensen niet. De meest voor de hand liggende reactie zou toch zijn om eens met Krotwaar te gaan praten en luisteren naar wat hij te vertellen heeft?
Uiteraard heeft hij geen hard bewijs, er zijn geen positieve dopingtesten. Zijn verdenking is ontstaan uit de enorme progressie die de Afrikanen de afgelopen 10 jaar hebben geboekt op de lange afstanden. Sinds 2002 is er ruim tweeënhalve minuut afgesnoept van het marathonrecord. Verder put hij uit waarnemingen die hij deed terwijl hij in Kenia trainde. Dat er in Kenia nauwelijks op doping wordt gecontroleerd maakt de zaak niet frisser.
Ik geloof hem. Niet zozeer door zijn eigen beweringen, maar vooral door de reactie van Gerard van Veen in de NRC van afgelopen woensdag 1 oktober. Gerard is de manager van Kimetto en geeft aan dat zijn loper dit jaar al 10 keer is gecontroleerd. Van Veen doet net alsof dat een bewijs van onschuld is, maar weet natuurlijk beter. Het is hetzelfde argument dat onder anderen Armstrong gebruikte om zich te ontdoen van dopingbeschuldigingen. Niet zo'n heel erg geloofwaardige verdediging, bleek later. De manager maakt het erger door te stellen dat Nederlandse artsen niet wisten wat ze zagen toen ze Dennis Kimetto onderzochten in verband met een blessure. Die zouden beweerd hebben dat Dennis een "gigantisch sterk hart en sterke longen" zou hebben. Dat is lachwekkend. "Sterke longen", wat betekent dat überhaupt?
Chemometricus Klaas Faber maakt in hetzelfde stuk gewag van een "genetisch voordeel" van Kenianen en zet Krotwaar weg als een gefrustreerde, tweederangs atleet. Ook die redeneertrant is eerder gebruikt, het vaakst door Hein Verbruggen (ex-voorzitter UCI) toen hij types als Bassons ('monsieur Propre') probeerde de mond te snoeren toen die de prestaties van Armstrong waagde te betwijfelen.
Atletiekcoach Henk Kraaijenhof wil niet dat bijzondere prestaties meteen in twijfel worden getrokken. Hij vindt dat je daarmee dopinggebruik stimuleert, doordat atleten denken dat je alleen op die manier de top kan bereiken. Hij weet natuurlijk heel goed dat dat inderdaad zo is. In deze context is het interessant dat Kraaijenhof fervent tegenstander is van dopingcontroles, omdat die oneerlijkheid in de hand zouden werken. In 2009 schreef Sylvain Ephimenco een geinig stukje over Henk. Met zulke vrienden heeft Dennis Kimetto geen vijanden nodig.
Ik snap al die mensen niet. De meest voor de hand liggende reactie zou toch zijn om eens met Krotwaar te gaan praten en luisteren naar wat hij te vertellen heeft?
donderdag 4 september 2014
Het dichte achterwiel
Ik ben een stakker. Ik krijg het niet voor elkaar mijn hobby op een hobby-achtige manier te benaderen. Gewoon, relaxed, niet te fanatiek. Nee, ik moet altijd zo hard mogelijk fietsen, ik kan het niet verdragen als ik over de 25 kilometer naar mijn werk langer doe dan 45 minuten, ook al waait het nog zo hard.
Sinds ik een jaar of twee geleden het tijdrijden heb ontdekt, heeft mijn stakkerschap een nieuwe dimensie gekregen. Wielrenners houden van spulletjes, maar bij tijdrijders is dat fetisjisme van een hele andere orde. Een andere helm waarmee je ongeveer 0.25 Watt vermogen bespaart, mag heus wel € 250 kosten. Dat is toch helemaal geen geld?
De tijdritfiets was de eerste absolute noodzaak, maar eigenlijk gold dat ook voor het dichte achterwiel. Daar zat ik al een tijdje op te azen, maar ik liet mij - volkomen onterecht - weerhouden door het hoongelach van mijn wederhelft. Mijn argument dat als 40-plusser met een dicht achterwiel bij een tijdritwedstrijd geen uitzondering bent verminderde haar leedvermaak niet.
Het werd een Citec-wiel (alu-remrand, clincher, topkoop!).
Wat een geweldige uitvinding, het dichte wiel. Het geluid bij aanzetten is werkelijk betoverend, het houdt het midden tussen zagen en zoeven. Ik kijk wel eens verschrikt achterom, denkend dat er een brommende auto dicht op me rijdt. Het gevoel van snelheid is enorm. Een genot om op de fiets te mogen stappen!
Op internet zijn discussies te vinden over of je wel of niet mag trainen met een dicht achterwiel. De meeste kenners vinden van niet. De argumenten tegen kan ik niet helemaal doorgronden. Niet cool, of zoiets. Ik ben tamelijk gevoelig voor de mores van het peloton: schone fiets, geschoren benen, 2 identieke bidons, enzovoort enzovoort, maar mijn dichte wiel thuislaten gaat mij te ver. Het lawaai van het wiel is daarvoor te verslavend, ik kan niet meer zonder. Volgende vraag is natuurlijk of ook de tijdrithelm op en het snelpak aan moeten. Daar ben ik nog niet uit. Het geluid wordt wel zachter met die helm...
Sinds ik een jaar of twee geleden het tijdrijden heb ontdekt, heeft mijn stakkerschap een nieuwe dimensie gekregen. Wielrenners houden van spulletjes, maar bij tijdrijders is dat fetisjisme van een hele andere orde. Een andere helm waarmee je ongeveer 0.25 Watt vermogen bespaart, mag heus wel € 250 kosten. Dat is toch helemaal geen geld?
De tijdritfiets was de eerste absolute noodzaak, maar eigenlijk gold dat ook voor het dichte achterwiel. Daar zat ik al een tijdje op te azen, maar ik liet mij - volkomen onterecht - weerhouden door het hoongelach van mijn wederhelft. Mijn argument dat als 40-plusser met een dicht achterwiel bij een tijdritwedstrijd geen uitzondering bent verminderde haar leedvermaak niet.
Het werd een Citec-wiel (alu-remrand, clincher, topkoop!).
Wat een geweldige uitvinding, het dichte wiel. Het geluid bij aanzetten is werkelijk betoverend, het houdt het midden tussen zagen en zoeven. Ik kijk wel eens verschrikt achterom, denkend dat er een brommende auto dicht op me rijdt. Het gevoel van snelheid is enorm. Een genot om op de fiets te mogen stappen!
Op internet zijn discussies te vinden over of je wel of niet mag trainen met een dicht achterwiel. De meeste kenners vinden van niet. De argumenten tegen kan ik niet helemaal doorgronden. Niet cool, of zoiets. Ik ben tamelijk gevoelig voor de mores van het peloton: schone fiets, geschoren benen, 2 identieke bidons, enzovoort enzovoort, maar mijn dichte wiel thuislaten gaat mij te ver. Het lawaai van het wiel is daarvoor te verslavend, ik kan niet meer zonder. Volgende vraag is natuurlijk of ook de tijdrithelm op en het snelpak aan moeten. Daar ben ik nog niet uit. Het geluid wordt wel zachter met die helm...
woensdag 3 september 2014
Geachte heer Contador
Geachte heer Contador,
Alvast gefeliciteerd met uw aanstaande overwinning in deze Vuelta. Toen u de Tour na een valpartij moest verlaten gaf niemand meer een cent voor de rest van uw seizoen. Alles had u op de Tour de France gezet. Het werd - zowel voor u als voor ons - een enorme deceptie. Ik gunde u de overwinning natuurlijk van harte, maar had daaraan voorafgaand graag een strijd op leven en dood met Froome en Nibali gezien. Alle anderen doen zoals u ook wel weet voor spek en bonen mee.
Hoewel de meesten dus niets meer verwachtten van uw seizoen, was ik er van overtuigd dat u in deze Vuelta met de bloemen zou gaan zwaaien. Scheenbeen gebroken, dat klinkt natuurlijk niet goed. Herstelperiode tenminste 6 weken. De foto's in rolstoel met gips waren aandoenlijk. U wentelde zich comfortabel in de underdog-positie, maar u en ik weten dat het met die breuk nogal meeviel. Dat u nog opstapte na die akelige valpartij in de Franse regen was natuurlijk niet alleen een teken van doorzettingsvermogen en uitstekende pijnbeleving, maar ook bewijs dat de breuk in het bot niet erg groot en invaliderend was. Ik zou de foto's graag zien en met een vergrootglas op zoek gaan naar het haarscheurtje, maar ik ga ervan uit dat u die radiologische gegevens niet openbaar zal maken.
U bent zoals u weet een aantrekkelijke renner. Aanvallen en maar aanvallen, ook als dat zinloos lijkt. Mooie zit, ook. Ik heb toch een paar opmerkingen. Dat gedoe met die biefstuk was niet alleen ongeloofwaardig, maar ook een beetje kleinzielig. Het lispelende zero-zero-zero-enz was lachwekkend. In dat opzicht kunt u beter een voorbeeld nemen aan uw vriend Alejandro Valverde. Die piept niet, neemt zijn verlies, en komt sterker (dan ooit!) terug. Niet meer doen, gewoon flink zijn.
Mijn laatste tip betreft uw manier van juichen. Ik zou willen adviseren te stoppen met dat pathetische pistoolschotje bij iedere overwinning. Kinderachtig gedoe, niet passend bij een renner van uw statuur. Ik weet niet of u de bijnaam El Pistolero zelf heeft verzonnen, maar nu u bijna 32 jaar oud bent is het tijd om ermee op te houden. Gewoon shirtje recht trekken en beide armen omhoog. Veel stijlvoller.
Nogmaals gefeliciteerd. Uitrijden is nu het devies. Uw concurrenten zijn uitgeschakeld: Quintana vindt het kennelijk belangrijker dat zijn belachelijke tijdritoverschoenen goed zitten dan dat hij een bocht een beetje fatsoenlijk aansnijdt. Froome is ondanks zijn leeftijd 'over the hill and picking up speed' en dan heb ik het niet over zijn daalcapaciteiten. Van Valverde heeft u niet veel te vrezen, denk ik, hoewel hij hoe ouder hoe sterker wordt. De tweejarige schorsting heeft hem duidelijk goed gedaan. Ik zou zeggen: hou het heel en maak er iets moois van!
Alvast gefeliciteerd met uw aanstaande overwinning in deze Vuelta. Toen u de Tour na een valpartij moest verlaten gaf niemand meer een cent voor de rest van uw seizoen. Alles had u op de Tour de France gezet. Het werd - zowel voor u als voor ons - een enorme deceptie. Ik gunde u de overwinning natuurlijk van harte, maar had daaraan voorafgaand graag een strijd op leven en dood met Froome en Nibali gezien. Alle anderen doen zoals u ook wel weet voor spek en bonen mee.
Hoewel de meesten dus niets meer verwachtten van uw seizoen, was ik er van overtuigd dat u in deze Vuelta met de bloemen zou gaan zwaaien. Scheenbeen gebroken, dat klinkt natuurlijk niet goed. Herstelperiode tenminste 6 weken. De foto's in rolstoel met gips waren aandoenlijk. U wentelde zich comfortabel in de underdog-positie, maar u en ik weten dat het met die breuk nogal meeviel. Dat u nog opstapte na die akelige valpartij in de Franse regen was natuurlijk niet alleen een teken van doorzettingsvermogen en uitstekende pijnbeleving, maar ook bewijs dat de breuk in het bot niet erg groot en invaliderend was. Ik zou de foto's graag zien en met een vergrootglas op zoek gaan naar het haarscheurtje, maar ik ga ervan uit dat u die radiologische gegevens niet openbaar zal maken.
U bent zoals u weet een aantrekkelijke renner. Aanvallen en maar aanvallen, ook als dat zinloos lijkt. Mooie zit, ook. Ik heb toch een paar opmerkingen. Dat gedoe met die biefstuk was niet alleen ongeloofwaardig, maar ook een beetje kleinzielig. Het lispelende zero-zero-zero-enz was lachwekkend. In dat opzicht kunt u beter een voorbeeld nemen aan uw vriend Alejandro Valverde. Die piept niet, neemt zijn verlies, en komt sterker (dan ooit!) terug. Niet meer doen, gewoon flink zijn.
Mijn laatste tip betreft uw manier van juichen. Ik zou willen adviseren te stoppen met dat pathetische pistoolschotje bij iedere overwinning. Kinderachtig gedoe, niet passend bij een renner van uw statuur. Ik weet niet of u de bijnaam El Pistolero zelf heeft verzonnen, maar nu u bijna 32 jaar oud bent is het tijd om ermee op te houden. Gewoon shirtje recht trekken en beide armen omhoog. Veel stijlvoller.
Nogmaals gefeliciteerd. Uitrijden is nu het devies. Uw concurrenten zijn uitgeschakeld: Quintana vindt het kennelijk belangrijker dat zijn belachelijke tijdritoverschoenen goed zitten dan dat hij een bocht een beetje fatsoenlijk aansnijdt. Froome is ondanks zijn leeftijd 'over the hill and picking up speed' en dan heb ik het niet over zijn daalcapaciteiten. Van Valverde heeft u niet veel te vrezen, denk ik, hoewel hij hoe ouder hoe sterker wordt. De tweejarige schorsting heeft hem duidelijk goed gedaan. Ik zou zeggen: hou het heel en maak er iets moois van!
donderdag 7 augustus 2014
Oostenrijks asfalt, deel 2
Oostenrijkers zijn gek. Sinds vandaag weet ik dat zeker. Ik beklom vanuit Haiming de Haimingerberg, met als doel Kuhtai te bereiken. Dat leek me wel aardig, omdat we daar twee jaar geleden een keer de wintersportvakantie hadden gevierd.
Sinds mijn aanvaring met de Oostenrijkse muren enkele dagen geleden had ik me goed op de rit voorbereid. Ik had met behulp van een soort routeplanner bekeken hoe steil de wegen naar de top van de berg waren. Getallen van 15, 20 en 30 kwamen langs. Hoewel ik achterdochtig was geworden, trok ik toch snel de conclusie dat dit echt niet kon kloppen. Huppakee, niet piepen, we zien wel wat het wordt. Toen ik vorig jaar de top van de Mortirolo bereikte was ik ervan overtuigd dat ik overal wel boven zou komen. Het ergste van het ergste moest de Mortirolo zijn (de Zoncolan heb ik nooit beklommen, die moet nog erger zijn).
Dus.
Met goede moed begon ik. Het deja-vu volgde binnen twee meter. De weg begon met 14%. Ik heb wel vaker beklimmingen gedaan waarbij het eerste stuk het steilste is, dus ik bleef optimistisch. Ik rolde de ketting snel op de 25 (34 voor!) en hoopte op betere tijden. Die braken niet aan. Het bleef 14, 15 en 16. Stukjes van 11% voelden als een weldaad voor mijn kreunende rug en bovenbenen. Hoe is het mogelijk? Oostenrijkers kijken niet naar de 'loop' van de berg als ze een weg aanleggen. Ze mikken gewoon op een stijgingspercentage van 14. Als de berg om een minder steile route vraagt, blazen ze de boel gewoon op om de 14 te bereiken. Duits-aandoende precisie. Die idiote wegen zijn er natuurlijk ook de oorzaak van dat er vrijwel geen behoorlijk presterende Oostenrijkse wielerprofs zijn. Veel te demotiverende omgeving. Bernard Kohl werd natuurlijk wel ooit derde in de Tour, maar dat kwam niet door training op het ridicule asfalt, maar door het gebruik van Humanplasma-snoep van het Weense 'laagland'.
Kuhtai heb ik nooit bereikt. Op mijn tandvlees bereikte ik de top van de Haimingerberg om direct om te keren (dreigende wolken, maar vooral een gesmolten moraal waren de beweegredenen). Kuhtai kon alleen bereikt worden door een steile afdaling, gevolgd door een nog steilere (korte) beklimming. Zak er maar in, dacht ik.
De afdaling van de Haimingerberg is overigens geen echte beloning. Ik twijfelde serieus of mijn remmen en velgen wel tegen deze krachten en hitte bestand waren. De natte weg voegde aan mijn toenemende angst nog een indrukwekkende dimensie toe.
Morgen op zoek naar redelijke beklimmingen, maar ik verlang nu al naar de Hollandse polderwegen. Volgende keer in Oostenrijk neem ik de ATB mee. De producten van Oostenrijkse wegenbouwers dienen vermeden te worden.
Sinds mijn aanvaring met de Oostenrijkse muren enkele dagen geleden had ik me goed op de rit voorbereid. Ik had met behulp van een soort routeplanner bekeken hoe steil de wegen naar de top van de berg waren. Getallen van 15, 20 en 30 kwamen langs. Hoewel ik achterdochtig was geworden, trok ik toch snel de conclusie dat dit echt niet kon kloppen. Huppakee, niet piepen, we zien wel wat het wordt. Toen ik vorig jaar de top van de Mortirolo bereikte was ik ervan overtuigd dat ik overal wel boven zou komen. Het ergste van het ergste moest de Mortirolo zijn (de Zoncolan heb ik nooit beklommen, die moet nog erger zijn).
Dus.
Met goede moed begon ik. Het deja-vu volgde binnen twee meter. De weg begon met 14%. Ik heb wel vaker beklimmingen gedaan waarbij het eerste stuk het steilste is, dus ik bleef optimistisch. Ik rolde de ketting snel op de 25 (34 voor!) en hoopte op betere tijden. Die braken niet aan. Het bleef 14, 15 en 16. Stukjes van 11% voelden als een weldaad voor mijn kreunende rug en bovenbenen. Hoe is het mogelijk? Oostenrijkers kijken niet naar de 'loop' van de berg als ze een weg aanleggen. Ze mikken gewoon op een stijgingspercentage van 14. Als de berg om een minder steile route vraagt, blazen ze de boel gewoon op om de 14 te bereiken. Duits-aandoende precisie. Die idiote wegen zijn er natuurlijk ook de oorzaak van dat er vrijwel geen behoorlijk presterende Oostenrijkse wielerprofs zijn. Veel te demotiverende omgeving. Bernard Kohl werd natuurlijk wel ooit derde in de Tour, maar dat kwam niet door training op het ridicule asfalt, maar door het gebruik van Humanplasma-snoep van het Weense 'laagland'.
Kuhtai heb ik nooit bereikt. Op mijn tandvlees bereikte ik de top van de Haimingerberg om direct om te keren (dreigende wolken, maar vooral een gesmolten moraal waren de beweegredenen). Kuhtai kon alleen bereikt worden door een steile afdaling, gevolgd door een nog steilere (korte) beklimming. Zak er maar in, dacht ik.
De afdaling van de Haimingerberg is overigens geen echte beloning. Ik twijfelde serieus of mijn remmen en velgen wel tegen deze krachten en hitte bestand waren. De natte weg voegde aan mijn toenemende angst nog een indrukwekkende dimensie toe.
Morgen op zoek naar redelijke beklimmingen, maar ik verlang nu al naar de Hollandse polderwegen. Volgende keer in Oostenrijk neem ik de ATB mee. De producten van Oostenrijkse wegenbouwers dienen vermeden te worden.
dinsdag 5 augustus 2014
Efficiëntie
De afgelopen dagen genieten wij de laatste dagen van onze vakantie in Miemingen, een dorpje in Tirol. Strak aangeharkte tuinen, kortgemaaid gras en een uitstekende organisatie van bijna alles. Alles onder het toeziend oog van crucifixen die op vrijwel elke hoek van de straat hangen.
Het is niet eens onaangenaam, de natuur is overweldigend mooi en wandelpaden zijn goed en overzichtelijk uitgezet. Dat laatste is fijn als je probeert je kinderen mee te krijgen voor een tocht van een paar uur. Niet de ellende van een verwachte vrolijke wandeling van twee uur die uitloopt op een drama van een hele dag. Oostenrijkers zijn eigenlijk een soort Duitsers, maar dan met bergen.
Uiteraard was de fiets mee en gisteren fietste ik een stukje dat we de dag ervoor met de auto hadden gedaan, op weg naar een wandelroute. Brede weg, mooi asfalt, niet al te druk. Een en ander natuurlijk om de winterse toeristen tegemoet te komen. In de auto was niet goed opgevallen wat op de fiets direct duidelijk werd. De klim (van Telfs naar Seefeld, voor de geinteresseerden) was onnoemelijk steil. Wat een loeder! Van de bergwegen in Frankrijk en Italië was ik gewend dat die af en toe dik boven de 10% kunnen zijn, maar vaak worden de benen na een paar kilometer getroost door een stukje van 5-6% (de Mortirolo is op deze regel een onaangename uitzondering). Zo niet in Oostenrijk. Nog voordat ik het dorp verliet ging de weg onbarmhartig omhoog. Ik begon optimistisch, de overtuiging dat dit op deze manier toch niet zo door kon gaan hield me overeind. Helaas. Het hellingspercentage dat mijn computertje aangaf varieerde tussen 9 en 12. Het was ook nog eens loeiheet, waardoor ik voor het eerst sinds lange tijd serieus aan afstappen dacht. De enige twee voordelen waren dat de marteling niet al te lang duurde en dat ik er achter kwam dat 8% voor mij de grens van prettig klimmen markeert.
Waarom doen Oostenrijkers dat anders dan Fransen en Italianen? Ik reed erg langzaam, dus had lang de tijd om over die vraag na te denken. Vlak onder de top zag ik het licht, hoewel ik niet in staat was de bijbehorende berekeningen te maken. Efficiëntie moet de beweegreden zijn. In Frankrijk en zeker in Italië speelt efficiëntie geen enkele rol. Wel in Oostenrijk. Die rekenen het gewoon uit: hoeveel weg heb je nodig om de top te bereiken zonder de automobilist (met Duitse auto, eventueel met caravan) overdreven te ergeren? Ze moeten hebben gedacht dat 10% niet alleen een mooi rond getal, maar ook een acceptabel hellingspercentage is. Bij 1000 meter hoogteverschil scheelt 5% en 10% al snel 10 km straat. De fietser moet maar op zijn tanden bijten. Bij terugkomst in Nederland maak ik een afspraak met de tandarts.
Het is niet eens onaangenaam, de natuur is overweldigend mooi en wandelpaden zijn goed en overzichtelijk uitgezet. Dat laatste is fijn als je probeert je kinderen mee te krijgen voor een tocht van een paar uur. Niet de ellende van een verwachte vrolijke wandeling van twee uur die uitloopt op een drama van een hele dag. Oostenrijkers zijn eigenlijk een soort Duitsers, maar dan met bergen.
Uiteraard was de fiets mee en gisteren fietste ik een stukje dat we de dag ervoor met de auto hadden gedaan, op weg naar een wandelroute. Brede weg, mooi asfalt, niet al te druk. Een en ander natuurlijk om de winterse toeristen tegemoet te komen. In de auto was niet goed opgevallen wat op de fiets direct duidelijk werd. De klim (van Telfs naar Seefeld, voor de geinteresseerden) was onnoemelijk steil. Wat een loeder! Van de bergwegen in Frankrijk en Italië was ik gewend dat die af en toe dik boven de 10% kunnen zijn, maar vaak worden de benen na een paar kilometer getroost door een stukje van 5-6% (de Mortirolo is op deze regel een onaangename uitzondering). Zo niet in Oostenrijk. Nog voordat ik het dorp verliet ging de weg onbarmhartig omhoog. Ik begon optimistisch, de overtuiging dat dit op deze manier toch niet zo door kon gaan hield me overeind. Helaas. Het hellingspercentage dat mijn computertje aangaf varieerde tussen 9 en 12. Het was ook nog eens loeiheet, waardoor ik voor het eerst sinds lange tijd serieus aan afstappen dacht. De enige twee voordelen waren dat de marteling niet al te lang duurde en dat ik er achter kwam dat 8% voor mij de grens van prettig klimmen markeert.
Waarom doen Oostenrijkers dat anders dan Fransen en Italianen? Ik reed erg langzaam, dus had lang de tijd om over die vraag na te denken. Vlak onder de top zag ik het licht, hoewel ik niet in staat was de bijbehorende berekeningen te maken. Efficiëntie moet de beweegreden zijn. In Frankrijk en zeker in Italië speelt efficiëntie geen enkele rol. Wel in Oostenrijk. Die rekenen het gewoon uit: hoeveel weg heb je nodig om de top te bereiken zonder de automobilist (met Duitse auto, eventueel met caravan) overdreven te ergeren? Ze moeten hebben gedacht dat 10% niet alleen een mooi rond getal, maar ook een acceptabel hellingspercentage is. Bij 1000 meter hoogteverschil scheelt 5% en 10% al snel 10 km straat. De fietser moet maar op zijn tanden bijten. Bij terugkomst in Nederland maak ik een afspraak met de tandarts.
donderdag 17 juli 2014
Advies voor Froome
De afgelopen week in de Tour de France was sensationeel, waarbij de etappe over de Noord-Franse kasseien het absolute hoogtepunt was. De week ervoor had het goed doorgeregend, de klinkers konden er niet beter bijliggen: bruin en glad. Ook de dag van de etappe regende het stevig. De TV-beelden waren te donker om de koers tot in detail te kunnen volgen, maar de essentie was duidelijk: Pandemonium.
Grootste slachtoffer van die dag werd Chris Froome. Nog voor het geglibber op de kasseien moest beginnen was hij al een keer of tien van zijn fiets gevallen. Het was een treurig gezicht: Chris stond naast zijn fiets met het hoofd gebogen. Door de pijn in zijn polsen kon hij de fiets alleen met zijn onderarmen recht houden. Alle prednisonkuren, hoogtestages en doktersadviezen teniet gedaan door een lagedrukgebied over Midden-Europa. Gebroken kroop hij in de ploegleidersauto.
Zo niet Lars Boom. Die zat de hele dag breed lachend op zijn fiets. Hij vertelde 's avonds al jaren te dromen van een natte Parijs-Roubaix. Lars kijkt 's avonds naar het weerbericht en wordt mistroostig als er geen wolkje met druppeltjes achter het scherm van Gerrit Hiemstra verschijnt. Boom denkt dat hij van natte wegen houdt door zijn cyclocross-verleden, maar daar geloof ik niets van. Ik denk dat Lars als kleine jongen al door de modder rolde en ook bij temperaturen ver onder het vriespunt in zijn korte broek naar buiten rende.
Ik snap Chris Froome wel. Net als ik is hij een mooi-weerrijder. Zo'n type van zon, 30 graden, zwart asfalt. Bij een afdaling over natte wegen slaat het evenwichtsorgaan van Chris op tilt. Sturen gaat niet meer, paniek neemt de overhand. Froome heeft in zijn geboorteland Kenia duidelijk veel te weinig in de modder gerold. Hij moest zijn schooluniform natuurlijk schoon houden.
Froome zou een keer een winter met Boom op moeten trekken. Niet naar Afrika of de Canarische Eilanden voor een trainingsstage in de zon. Niks ervan! Trainen in Nederland: regen, kou, weer, wind. Die fantastische ochtendlijke twijfel over de kledingkeuze: drie of vier lagen, windstopper of winterjas? Dagelijkse ritten over de Brabantse wegen, waar mestlekkende tractoren het asfalt van een bruine ijslaag voorzien.Wekelijkse verplichting is ook de zondagse deelname aan de plaatselijke cyclocrosswedstrijd. Leer modderhappen, leer hopen op regen.
Grootste slachtoffer van die dag werd Chris Froome. Nog voor het geglibber op de kasseien moest beginnen was hij al een keer of tien van zijn fiets gevallen. Het was een treurig gezicht: Chris stond naast zijn fiets met het hoofd gebogen. Door de pijn in zijn polsen kon hij de fiets alleen met zijn onderarmen recht houden. Alle prednisonkuren, hoogtestages en doktersadviezen teniet gedaan door een lagedrukgebied over Midden-Europa. Gebroken kroop hij in de ploegleidersauto.
Zo niet Lars Boom. Die zat de hele dag breed lachend op zijn fiets. Hij vertelde 's avonds al jaren te dromen van een natte Parijs-Roubaix. Lars kijkt 's avonds naar het weerbericht en wordt mistroostig als er geen wolkje met druppeltjes achter het scherm van Gerrit Hiemstra verschijnt. Boom denkt dat hij van natte wegen houdt door zijn cyclocross-verleden, maar daar geloof ik niets van. Ik denk dat Lars als kleine jongen al door de modder rolde en ook bij temperaturen ver onder het vriespunt in zijn korte broek naar buiten rende.
Ik snap Chris Froome wel. Net als ik is hij een mooi-weerrijder. Zo'n type van zon, 30 graden, zwart asfalt. Bij een afdaling over natte wegen slaat het evenwichtsorgaan van Chris op tilt. Sturen gaat niet meer, paniek neemt de overhand. Froome heeft in zijn geboorteland Kenia duidelijk veel te weinig in de modder gerold. Hij moest zijn schooluniform natuurlijk schoon houden.
Froome zou een keer een winter met Boom op moeten trekken. Niet naar Afrika of de Canarische Eilanden voor een trainingsstage in de zon. Niks ervan! Trainen in Nederland: regen, kou, weer, wind. Die fantastische ochtendlijke twijfel over de kledingkeuze: drie of vier lagen, windstopper of winterjas? Dagelijkse ritten over de Brabantse wegen, waar mestlekkende tractoren het asfalt van een bruine ijslaag voorzien.Wekelijkse verplichting is ook de zondagse deelname aan de plaatselijke cyclocrosswedstrijd. Leer modderhappen, leer hopen op regen.
maandag 9 december 2013
De kwakschorsing
Toen ik nog basketbalde deed ik voor elke wedstrijd eerst mijn linkerschoen aan, daarna pas mijn rechter (het kan ook andersom geweest zijn). Ook toen zou ik mezelf zeker niet bijgelovig hebben genoemd, maar toch gaf ik aan dit schijnbaar dwangmatige ritueel toe. En hoewel het mij ook toen op z'n minst onwaarschijnlijk leek dat er een verband zou bestaan tussen de volgorde van schoenstrikken en de kans op een overwinning ging ik ermee door. Je reinste doping!
Kort geleden werd wielrenner Stefan van Dijk acht jaar geschorst omdat hij ozontherapie had ondergaan. Bij ozontherapie (zie ook www.orthokliniek.nl/ozontherapie/) wordt ongeveer 100 ml bloed afgenomen, blootgesteld aan ozongas en teruggegeven aan de patiënt/cliënt. Het idee is dat het ozongas door het lichaam circuleert en daar allerlei gunstige effecten heeft. Zeer boeiend. Een greep uit de aandoeningen die door ozontherapie kunnen worden verlicht of genezen: brandwonden, infecties (virussen EN bacteriën!), oogziektes, ouderdomsziekten en stemmingsstoornissen en kanker. Nodeloos te vermelden dat ozon ook de sportprestaties verbetert. Wellicht ook ten overvloede: over de effecten ozontherapie is nog nooit een behoorlijk wetenschappelijk artikel gepubliceerd. Voor iedereen met een slecht humeur is bovengenoemde website een absolute aanrader.
Onze 37-jarige Stefan, wiens carrière ten einde liep, had op advies van zijn arts voor de ozontherapie gekozen. Hij kampte met de naweeën van de ziekte van Pfeiffer en was zich van geen kwaad bewust. Hij wilde helemaal niet harder fietsen, hij wilde sneller genezen. Hij kreeg naast zijn schorsing een boete van in totaal 12.000 euro opgelegd. Ik heb medelijden met hem. Zonde van die laatste jaren. Hij is slachtoffer van de kwakdokter en krijgt een kwakschorsing. Van een nepdokter krijgt hij een nepmiddel, wordt in verband met de 'no-needle policy' gepakt en krijgt een echte schorsing.
(dat ik niet geloof dat hij pas op z'n 37e werd geïnfecteerd met het Epstein-Barr virus en dat zijn Pfeiffer dus zeer waarschijnlijk een smoesje is laat ik even buiten beschouwing)
Voor de anti-doping autoriteiten is het al dan niet werkzaam zijn van doping niet van belang. De dopinglijst is leidend. Terecht. EPO was natuurlijk al lang en breed doping toen de effecten op het uithoudingsvermogen van sporters nog wetenschappelijk aangetoond moesten worden.
Ik denk dat kwakdokters in de wielrennerij veel voorkomen. Ambitieuze en goedgelovige cliënten en een volkomen gebrek aan (intercollegiale) controle. Laatst werd zelfs nog een 'ploegarts' gevonden die niet eens in bezit was van een artsenbul. Mijns inziens zou verwijdering van ALLE artsen (en nepartsen) uit het peloton niet alleen het echte dopinggebruik verminderen, maar ook het aantal kwakschorsingen.
Kort geleden werd wielrenner Stefan van Dijk acht jaar geschorst omdat hij ozontherapie had ondergaan. Bij ozontherapie (zie ook www.orthokliniek.nl/ozontherapie/) wordt ongeveer 100 ml bloed afgenomen, blootgesteld aan ozongas en teruggegeven aan de patiënt/cliënt. Het idee is dat het ozongas door het lichaam circuleert en daar allerlei gunstige effecten heeft. Zeer boeiend. Een greep uit de aandoeningen die door ozontherapie kunnen worden verlicht of genezen: brandwonden, infecties (virussen EN bacteriën!), oogziektes, ouderdomsziekten en stemmingsstoornissen en kanker. Nodeloos te vermelden dat ozon ook de sportprestaties verbetert. Wellicht ook ten overvloede: over de effecten ozontherapie is nog nooit een behoorlijk wetenschappelijk artikel gepubliceerd. Voor iedereen met een slecht humeur is bovengenoemde website een absolute aanrader.
Onze 37-jarige Stefan, wiens carrière ten einde liep, had op advies van zijn arts voor de ozontherapie gekozen. Hij kampte met de naweeën van de ziekte van Pfeiffer en was zich van geen kwaad bewust. Hij wilde helemaal niet harder fietsen, hij wilde sneller genezen. Hij kreeg naast zijn schorsing een boete van in totaal 12.000 euro opgelegd. Ik heb medelijden met hem. Zonde van die laatste jaren. Hij is slachtoffer van de kwakdokter en krijgt een kwakschorsing. Van een nepdokter krijgt hij een nepmiddel, wordt in verband met de 'no-needle policy' gepakt en krijgt een echte schorsing.
(dat ik niet geloof dat hij pas op z'n 37e werd geïnfecteerd met het Epstein-Barr virus en dat zijn Pfeiffer dus zeer waarschijnlijk een smoesje is laat ik even buiten beschouwing)
Voor de anti-doping autoriteiten is het al dan niet werkzaam zijn van doping niet van belang. De dopinglijst is leidend. Terecht. EPO was natuurlijk al lang en breed doping toen de effecten op het uithoudingsvermogen van sporters nog wetenschappelijk aangetoond moesten worden.
Ik denk dat kwakdokters in de wielrennerij veel voorkomen. Ambitieuze en goedgelovige cliënten en een volkomen gebrek aan (intercollegiale) controle. Laatst werd zelfs nog een 'ploegarts' gevonden die niet eens in bezit was van een artsenbul. Mijns inziens zou verwijdering van ALLE artsen (en nepartsen) uit het peloton niet alleen het echte dopinggebruik verminderen, maar ook het aantal kwakschorsingen.
zaterdag 2 november 2013
Tacx-tijd
Hoewel Einstein voorspelde dat tijd en ruimte relatieve begrippen zijn klopt de opmerking "wat gaat de tijd toch snel" niet. De tijd gaat niet langzaam of snel, de tijd gaat gewoon. Altijd, behalve op de Tacx.
Zittend op de Tacx krijgt de tijd een nieuwe dimensie, ik schreef het al eerder. Ik fiets regelmatig de 25 km naar mijn werk, tijdsduur ongeveer 45 minuten (afhankelijk van wind en motivatie). Kort dus, je bent er zo. Veel te kort om lekker gefietst te hebben, de enige troost is dat ik 's middags terug mag. Drie kwartier op de Tacx geldt echter algemeen als een prestatie van formaat.
Tacxen is ontzettend saai. Met hoofdletter O en hoofdletter S. De combinatie voetbalwedstrijd (1 helft) en tacxen heb ik geprobeerd. Niet te doen, de saaiheid van de twee activiteiten werk synergetisch. In Amsterdam stond mijn Tacx meestal buiten en draaide ik muziek. Ook niet goed, na 15 minuten begin ik op de klok te kijken en me af te vragen waar ik in hemelsnaam mee bezig ben.
Sinds oktober heb ik mijn Tacx weer van stal gehaald en op zolder klaargezet voor de wintertraining. Op zolder, twee trappen. De eerste pedaalslagen werden zoals elke herfst lang uitgesteld, steeds om andere redenen. Ik praat zachtjes in mezelf: "maar je hebt toch dienst?", "de kinderen zullen wakker worden", "je bent volgens mij te moe", "je hebt ook een rustperiode nodig voor het volgende seizoen", "je hebt al een glas wijn op". En. Zo. Voort.
Een tv met dvd-speler staat voor mijn neus. Wat is de beste tacx-serie?
The Killing (seizoen 1)
Volgens velen een sterke serie, maar ik vind het niks. Tempo ligt werkelijk verschrikkelijk laag en de personages bestaan uit karikaturen. Heb me door seizoen heen moeten worstelen, latere seizoenen niet meer geprobeerd. De combinatie met Tacx werkt niet, daarvoor gebeurt er veel te weinig. Belangrijkste bezwaar is het totale en volledige gebrek aan humor. Djiezus, wat lachen die Denen weinig!
The Wire (seizoen 5)
Fan-tas-tische serie, vooral de eerste twee seizoenen, maar als tacx-serie voldoet hij niet echt. Kan ook zijn dat tacxen zich niet leent voor nogmaals-bekijken van dvd's. Ik bekeek de serie al eens eerder, liggend op de bank. Ook lekker.
Breaking Bad (seizoen 1-2)
De start is nog tamelijk luchtig, af en toe zelfs slapstick-achtig. De kleur van de afleveringen verandert echter al vrij snel van zeer donkergrijs (met een vrolijk lichtgrijs randje) tot inkt- en inktzwart. Geweldige serie, zo goed dat de benen wel eens onwillekeurig stoppen met draaien als de spanning van een scene te hoog oploopt.
Onbetwiste winnaar is 24 (seizoen 1). Kiefer Sutherland is de held en is net zoals iedereen in The Killing volstrekt humorloos, maar zeer overtuigend. De meeste ellende zie je lang van tevoren aankomen, maar door het onwaarschijnlijk hoge tempo maakt dat geen barst uit. Sterker nog, je krijgt steeds het gevoel dat je op je wenken bediend wordt. Ideaal voor blokkentraining. De hele serie gaat in bestelling zodra ik door Breaking Bad heen ben.
Zittend op de Tacx krijgt de tijd een nieuwe dimensie, ik schreef het al eerder. Ik fiets regelmatig de 25 km naar mijn werk, tijdsduur ongeveer 45 minuten (afhankelijk van wind en motivatie). Kort dus, je bent er zo. Veel te kort om lekker gefietst te hebben, de enige troost is dat ik 's middags terug mag. Drie kwartier op de Tacx geldt echter algemeen als een prestatie van formaat.
Tacxen is ontzettend saai. Met hoofdletter O en hoofdletter S. De combinatie voetbalwedstrijd (1 helft) en tacxen heb ik geprobeerd. Niet te doen, de saaiheid van de twee activiteiten werk synergetisch. In Amsterdam stond mijn Tacx meestal buiten en draaide ik muziek. Ook niet goed, na 15 minuten begin ik op de klok te kijken en me af te vragen waar ik in hemelsnaam mee bezig ben.
Sinds oktober heb ik mijn Tacx weer van stal gehaald en op zolder klaargezet voor de wintertraining. Op zolder, twee trappen. De eerste pedaalslagen werden zoals elke herfst lang uitgesteld, steeds om andere redenen. Ik praat zachtjes in mezelf: "maar je hebt toch dienst?", "de kinderen zullen wakker worden", "je bent volgens mij te moe", "je hebt ook een rustperiode nodig voor het volgende seizoen", "je hebt al een glas wijn op". En. Zo. Voort.
Een tv met dvd-speler staat voor mijn neus. Wat is de beste tacx-serie?
The Killing (seizoen 1)
Volgens velen een sterke serie, maar ik vind het niks. Tempo ligt werkelijk verschrikkelijk laag en de personages bestaan uit karikaturen. Heb me door seizoen heen moeten worstelen, latere seizoenen niet meer geprobeerd. De combinatie met Tacx werkt niet, daarvoor gebeurt er veel te weinig. Belangrijkste bezwaar is het totale en volledige gebrek aan humor. Djiezus, wat lachen die Denen weinig!
The Wire (seizoen 5)
Fan-tas-tische serie, vooral de eerste twee seizoenen, maar als tacx-serie voldoet hij niet echt. Kan ook zijn dat tacxen zich niet leent voor nogmaals-bekijken van dvd's. Ik bekeek de serie al eens eerder, liggend op de bank. Ook lekker.
Breaking Bad (seizoen 1-2)
De start is nog tamelijk luchtig, af en toe zelfs slapstick-achtig. De kleur van de afleveringen verandert echter al vrij snel van zeer donkergrijs (met een vrolijk lichtgrijs randje) tot inkt- en inktzwart. Geweldige serie, zo goed dat de benen wel eens onwillekeurig stoppen met draaien als de spanning van een scene te hoog oploopt.
Onbetwiste winnaar is 24 (seizoen 1). Kiefer Sutherland is de held en is net zoals iedereen in The Killing volstrekt humorloos, maar zeer overtuigend. De meeste ellende zie je lang van tevoren aankomen, maar door het onwaarschijnlijk hoge tempo maakt dat geen barst uit. Sterker nog, je krijgt steeds het gevoel dat je op je wenken bediend wordt. Ideaal voor blokkentraining. De hele serie gaat in bestelling zodra ik door Breaking Bad heen ben.
Abonneren op:
Posts (Atom)


