Harry Koene

Mijn foto
Netherlands
Fietsfreak, mooi-weer fietser. Liefst bergop, maar op vlakke beter. Zelfbenoemd EPO-kenner

maandag 7 november 2011

De zit

De 5 lelijkste 'zitters'

Het gaat natuurlijk om wat er uit de benen komt, maar het oog wil ook wat. De 'zit' is belangrijk. Stuur niet te hoog, zadel niet te laag, geen wc-pot afstelling van zadel op zadelpen. Erik Dekker had het allemaal begrepen. Hij zette eens zijn zadel aan het begin van het seizoen een halve centimeter hoger, omdat dat er mooier uitzag. Seizoen naar de vaantjes in verband met chronische rugpijn, maar o wat had hij een prachtige zit.

5. Cadel Evans: veteraan, ijzervreter. Stoempen, stoempen, stoempen. Medelijden met zijn crankstel dat deze oerkrachten moet opvangen.

4. Santiago Botero: ooit Kelme, ontdekker van het 'mega-verzet'. Reed consequent 3-4 tanden groter dan concurrentie. Deed vooral in tijdrijden pijn aan de ogen.

3. Daniel Martin: klimtalent. Van achteren gaat het nog, maar van voren geen gezicht. Kijkt altijd alsof hij net een citroen heeft stukgebeten.

2. Hennie Kuiper: alleskunner, Grote Meneer. Eigenlijk iets te groot voor zijn fiets. Penningmeester van de Partij van de Harkers.

en (onbetwist) op

1.  Fernando Escartin: Kelme-icoon. Gaf de uitdrukking 'scheef op je fiets zitten' een geheel nieuwe dimensie. Pijn lijden zeer overtuigend.


donderdag 27 oktober 2011

Topsport

Hij is zenuwachtig. Vandaag staat de belangrijkste etappe van de wedstrijd op het programma. De koninginnerit, het hooggebergte. De dagen hiervoor waren zwaar en vermoeiend, maar de geleverde inspanning zal in het niet vallen bij wat er vandaag moet worden gepresteerd. Urenlang zal hij zo scherp als een mes moeten zijn, de hartslag ver boven het omslagpunt. Hij zal niet winnen vandaag, voor hem is een knechtenrol weggelegd. Tijdens de ploegbespreking gisteren sprak iedereen vertrouwen uit, maar er is onzekerheid over het eindresultaat. Hij zal zijn werk doen. Knechten, water halen, ondersteunen. Maar de finish moet en zal hij halen.

Jaren van training gingen vooraf. Vorig jaar maakte de ploeg de sprong naar het grote werk. Hij had verwacht dat hij zonder veel problemen kon overstappen van clubwedstrijdjes naar internationale evenementen, maar de kracht van zijn tegenstanders was hem toch tegen gevallen. Vroeger was hij altijd vooraan te vinden, tijd genoeg voor een grapje en wat ontspanning. Nu mocht hij blij zijn als hij de finish haalde en bij de echt grote wedstrijden werd hij niet eens altijd uitgenodigd. De laatste weken was hij langzaam gewend geraakt aan het niveau, hoewel hij voorlopig niet tot de Grote Meneren zou behoren.


Zijn kleren heeft hij de avond tevoren klaargelegd, de schoenen zijn gepoetst. Vanochtend heeft hij zich nog met een nieuw mesje geschoren. Voorzichtig, geen wondjes! De ploegleiderswagen staat voor het hotel. Een laatste peptalk van zijn verzorgers. De korte rit naar de start wordt in stilte afgelegd. Hij stapt uit, fototoestellen klikken. Mark Rutte is in Brussel gearriveerd.


zaterdag 8 oktober 2011

Motivatie


Ik ben competitief. Hard fietsen is natuurlijk tamelijk zinloos, maar dat feit wordt pas op mijn neus gedrukt zodra er geen competitie is. Alleen fietsen is training, samen fietsen is een wedstrijd. Zelfs op mijn 43e wordt dat niet minder (zie ook mijn Ventoux-avontuur).

Afgelopen zomer zijn we met 12 man een week gaan fietsen. Die week is een tweejaarlijks terugkerend evenement, waarbij in korte tijd zoveel mogelijk hoge en liefst beroemde cols dienen te worden beklommen. De voorpret duurt minimaal een half jaar en is eigenlijk belangrijker dan de week zelf. Hoewel het volgens iedereen vooral om 'genieten' gaat, worden er uiteraard verschillende competities uitgevochten. Stilzwijgend vindt er een onderverdeling plaats: de toppers, de subtoppers en de rest.

Ik behoor tot de subtoppers. Dat was in 2009 niet echt een grote groep, we waren met z'n tweeën. De toppers waren onbereikbaar, die reden ons op elke col op een paar minuten. Tussen Hans en mij was het elke beklimming wel spannend. Uiteraard ontkenden wij het bestaan van competitie tegenover elkaar: aan de voet van elke klim werd afgesproken dat we "rustig omhoog zouden rijden". De afspraak werd echter steeds binnen de eerste paar kilometer geschonden. Ik reed heerlijk. Verliezen deed pijn, maar ik was nooit bij voorbaat kansloos. Verlies op Aspin en Aubisque, winst op Tourmalet en Pailheres. Prima.

In juli 2011 vertrok de groep naar de Dolomieten. Ik had goede hoop op een spannend subtopper-evenement. Helaas. Hans had zich verbeterd: zowel fiets als Hans was 3 kg lichter. Hij behoorde overduidelijk tot de toppers. Ik leek moederziel alleen achter te blijven, maar het werd nog erger. Al op de eerste beklimming werd dat pijnlijk duidelijk. Er was een nieuwe subtopper opgestaan, die echter een ruim betere subtopper bleek dan ik. Het was niet spannend, elke beklimming moest ik passen als het boven de 10% ging. Prachtige omgeving, hoor, die Dolomieten, maar toch mooier als je als eerste (van je subgroepje..) bovenop de Giau of Stelvio aankomt. Belangrijkste consequentie was dat de motivatie om zo hard mogelijk omhoog te rijden sterk daalde. Ik bleek een toerist. Rustdagen werden ingebouwd, routes afgesneden. Dieptepunt was het passen voor de Mortirolo, die toch op het verlanglijstje stond.

De herfst is begonnen en daarmee de zoektocht naar een nieuwe uitdaging. Ik denk dat het tijd is voor een nieuwe fiets...

donderdag 15 september 2011

Handboek voor dopingzondaars

Het is niet moeilijk. Met een paar simpele voorzorgsmaatregelen zorg je ervoor dat je harder rijdt dan anderen en dat je niet gepakt zult worden.

Tip 1: Lees je in.
Van alle middelen die je neemt dien je de details te kennen. Kijk ten eerste naar het effect. Niet je tijd verdoen en onnodig risico nemen met middelen waarvan het effect onzeker is. Middelen die het aantal rode bloedcellen vermeerderen (erythropoiesis stimulating agents, ESAs) doen het nog steeds het best. Stijging van de hematocriet naar 0.50 zorgt bij gezonde volwassenen voor een verbetering van de maximale zuurstofopname van 6-12%, maar kan het duurvermogen tot wel 50% verbeteren. Vijftig procent!!! Dat is de Alpe d'Huez in 40 minuten in plaats van in een uur.

Tip 2: Wees modern
a. Vermijdt oude methoden. De controleurs lopen hopeloos achter, maar ze zitten niet stil. Je moet ze voorblijven. De methode van Tyler Hamilton in 2004 (transfusie met bloed van een ander) getuigt van oneindige domheid en/of gemakzucht. Vreemde erythrocyten zijn weken en weken aantoonbaar in het bloed. Transfusie met eigen bloed blijft nog wel even lastig op te sporen, hoewel in de eerste 2 dagen na transfusie 'plasticizers' kunnen worden aangetoond. Tricky business, dus (tenzij je oude glazen kolven gebruikt)!
b. Vermijdt middelen die lang in het bloed circuleren, tenzij je zeker weet dat er geen opsporingsmethoden bestaan. CERA voldeed tijdelijk aan dit laatste criterium, maar Ricco ging toch nat. Probeer nieuwe vergelijkbare eiwitten, zoals bijvoorbeeld peginesatide (heeft wel meer bijwerkingen). Realiseer je ook dat monsters uit het verleden nogmaals kunnen worden onderzocht (zie Thomas Dekker). Ook middelen die de eigen EPO-aanmaak stimuleren zijn een optie. Bijvoorbeeld het aloude kobalt. Deze pillen stimuleren de productie van EPO door het lichaam en staan niet op de WADA-dopinglijst (een soort 'poor man's hypoxic chamber').
c. De ESAs zijn gemakkelijk te verkrijgen op niet gereguleerde markten (bv in China: 30.000 IE voor $ 400,-), maar staar je niet blind op de hematocriet. Relatief nieuwe middelen als AICAR en TB-500 verbeteren de spiermassa en conditie en zijn nog niet op te sporen. Helaas ook nog niet uitgebreid op mensen onderzocht, dus ook wel een beetje Russisch roulette. Maar: wie niet waagt, die niet wint!

Tip 2: Doe rustig aan
Wees matig met je doseringen. Beter drie keer per week een beetje (bv 1000 E) dan eens per week een boel (bv 10.000 E). Niet alleen is dat de beste manier om het biologisch paspoort 'stabiel' te houden, het verkleint ook de kans op een positieve controle.

Tip 3: Kies het juiste tijdstip
Voor degenen die veel winnen is het gemakkelijk: het beste moment om te injecteren is direct na een dopingcontrole. De halfwaardetijd van de meeste ESAs is kort (6-10 uur) en de kans dat je binnen een dag opnieuw gecontroleerd zal worden verwaarloosbaar. Al 12-18 uur na toedieing van de juiste ESA is je urine weer schoon.

Tip 4: 'Be cool'
Mocht je toch gecontroleerd worden: hou je hoofd koel. De meeste testen van de geaccrediteerde laboratoria zijn onvoldoende gevoelig om alle zondaars eruit te pikken. Bovendien liggen de grenzen waarboven een monster als 'positief' wordt bestempeld vrij hoog. Zorg ervoor dat je voor de zekerheid een busje met speciale proteases bij je hebt die je aan het urinemonster kan toevoegen. Hierdoor wordt de eventueel nog aanwezige ESA vernietigd.

Tip 5: In geval van nood: 'Deny deny deny!'


zaterdag 10 september 2011

Prisoner's Dilemma

Vorige week schreef ik een stukje over vriend Cobo. Ik vertrouw de aanstaande winnaar van de Vuelta voor geen cent. Vorig jaar moeite om de finish te bereiken, nu heer en meester op de Angliru. Mijn verdenking kwam me op kritiek te staan: te gemakkelijk, niet juridisch onderbouwd. Met het eerste ben ik niet eens, met het laatste uiteraard wel; juridisch gaat Cobo vrijuit. Mijn verdenking is echter niet het gevolg van een grondige juridische analyse, maar is ingegeven door gezond verstand. Overigens geldt mijn wantrouwen niet heel specifiek voor Cobo, maar feitelijk voor iedereen die ooit in de top-10 van een grote ronde heeft gereden.

Het gebruik van doping wordt veroorzaakt door drie elkaar versterkende argumenten. Ten eerste zijn er steeds betere middelen. De middelen worden net zoals EPO in het verleden ontwikkeld ten behoeve van de gezondheidszorg. Zo is er in de afgelopen jaren veel onderzoek gedaan naar middelen die het vaak ernstige verlies van spiermassa en conditie bij kankerpatiënten moet voorkomen. Met succes; verschillende nieuwe middelen blijken spierkracht en uithoudingsvermogen te verbeteren. Nodeloos te vermelden dat deze nog niet geregistreerde of officieel verkrijgbare pillen ontbreken op elke dopinglijst. Veel mensen juichen de welwillendheid van ploegleiders om zich te conformeren aan het biologisch paspoort toe. Ikzelf vind het uitermate verdacht: kennelijk zijn er genoeg andere mogelijkheden om de prestaties te verbeteren.

Een tweede probleem is vervolgens dat de de testers hopeloos achterlopen op de gebruikers. De creatieve overtreder is altijd in het voordeel. Het punt is overigens niet alleen dat de controleurs niet altijd weten waarnaar ze moeten zoeken, het voordeel voor de overtreder wordt sterk vergroot door de vereiste precisie en zorgvuldigheid van de controleur: zijn de testen wel gevalideerd, zijn er geen fout-positieve uitslagen, en meer van dat soort knelpunten. De overtreder kan doen wat-ie wil, de controleur is gebonden aan juridische criteria. De UCI heeft bijvoorbeeld op basis van financiële argumenten moeten besluiten de drempel voor bewezen EPO-gebruik op te schroeven om het aantal dopingzaken te verkleinen.

Als laatste is de drang om vals te spelen enorm en onuitroeibaar. Van een ideale - dopingvrije - sportwereld bestaan twee versies. In de eerste gebruikt niemand doping, omdat iedereen dat onethisch vindt. Bovendien vertrouwt iedereen in deze wereld elkaar. Controles zijn derhalve niet nodig. In de tweede versie wordt doping nog wel gebruikt, maar zijn de controles zo streng en waterdicht dat iedere zondaar gepakt wordt. Beide werelden zijn utopieën. De pakkans is ontzettend klein, bijna even klein als de winstkansen voor integere sporters.

Begrijp me niet verkeerd, ik hou van wielrennen. Het feit dat er doping wordt gebruikt doet voor mij niets af aan de charme van de sport. Mijn grootste kritiek ligt eigenlijk bij de journalisten. Zij zouden een grote rol kunnen en moeten spelen bij de anti-dopingmachine, maar de meesten lijken meer behoefte te hebben aan een interview met de winnaar dan aan een zoektocht naar de waarheid. Ze verzuimen hun gezond verstand te gebruiken en verschuilen zich - onbewust of bewust - achter juristerij.

maandag 5 september 2011

Cobo, het raspaardje

Juan Jose Cobo, 30 jaar. Rijdt iedereen aan gort op de veschrikkelijke Angliru. Akkoord, hij is de enige geweest die een pielverzetje van 34x32 had gemonteerd, maar de verschillen waren indrukwekkend. Altijd al een toptalent geweest, geweldige klimmer, fantastische tijdrijder. Of niet, soms?

Juan Jose Cobo werd prof in 2003 en reed de eerste vier jaar geen platte punt. Daarna ging het vrij plotseling beter. In 2007 had hij een topjaar; hij won de ronde van Baskenland en werd knap twintigste in de Tour. Goede renner, geen absolute topper. In 2008 had hij veel last van ploeggenoten Ricco en Piepoli die tijdens de Tour waren betrapt op CERA-gebruik. De hele ploeg trok zich terug. Jammer, want Juan had een mooie tweede plek op Hautacam staan en reed lekker rond. De akelige Ricco ook, kon-ie weer niet van het snoepgoed afblijven. Nee, dan Juan Jose, brave inborst, in- en integer.

Tijdens een wandeling over de markt van Buis-les-Baronnies in de zomer van 2010 zag ik een reclameboekwerk over de Tour van 1997. Gekocht natuurlijk. Fantastisch boek, vol prachtige foto's. Lijstjes van alle ploegen met hun kopmannen (Luttenberger, Elli, Casagrande, Pantani, Virenque). De editie van 1996 was gewonnen door Riis, maar voor 1997 was Ullrich de onbetwiste kopman. Ullrich maakte het waar, hij won met meer dan negen (9 !!) minuten voorsprong op de nummer twee (Virenque) en 14 minuten op nummer drie (Pantani). De Tour van 1997 herinner ik me nog goed, vooral de prachtige heupworp (Pinarello-techniek) van Riis in de laatste tijdrit (video). De Tour van 1997 was geen 'verdachte' Tour, maar vrijwel alle hoofdrolspelers zijn later gepakt op of in verband gebracht met EPO-gebruik.

Straks wint Cobo mogelijk de Vuelta. Prachtig, maar ik voorspel dat we over 10 jaar anders naar die overwinning kijken.

vrijdag 26 augustus 2011

dinsdag 19 juli 2011

Karakterzelfmoord

Het nieuwe advocatenteam van Armstrong heeft een klacht ingediend bij de Grand Jury wegens poging karaktermoord. Stelselmatig zouden documenten zijn gelekt om een zo negatief mogelijk beeld van Armstrong te creëren. Karaktermoord.

Sinds deze Tour weet ik dat er ook karakterzelfmoord bestaat. Het team van adviseurs van nationale held Robert Gesink dient onmiddellijk vervangen te worden of - zo het nog niet bestaat - ingesteld te worden. Robert pleegt karaktermoord op zichzelf. Bij elke meter die hij nog fietst boet hij in aan heldendom. Voor het publiek is dat nog niet zo erg. Veel erger is dat zijn collegae het demasqué van dichtbij kunnen aanschouwen. Bij de eerste procenten omhoog moet Robert lossen, zijn knechten vooruit sturend en treurig nee-schuddend.

Een goede ploegleider had Gesink verboden nog verder te rijden. Of willen ze soms dat dit zijn laatste serieuze poging was een podiumplaats in de Tour te bereiken? Nooit meer zullen de mederenners hem serieus nemen: "Aah, daar heb je ... hoe heet-ie ook weer? Oh ja, Gesink! Die won toch ooit de Ronde van Oman? Of was het Qatar? Hij kon toch ooit wel een beetje bergop rijden?" Te vroeg opgebrand.

Sommigen zullen zeggen dat het juist gunstig is om vanuit underdogpositie toe te slaan. Dat is met betrekking tot wielrennen een hardnekkig misverstand. Underdogs worden teruggepakt. Demarreren is zinloos. Ga maar eens kijken wat er in een trimmerswedstrijdje gebeurt als er iemand demarreert met haar op de benen en tennissokken: iedereen er achteraan!

Uit de Tour halen en wel meteen! Verlos hem uit zijn lijden. Grote persconferentie organiseren en zeggen dat Robert te hard gevallen is en op dit niveau niets in de Tour te zoeken heeft. Onze Robert komt toch verdorie niet om mee te rijden?! Hij komt om voor een positie bij de eersten en om iedereen een poepie te laten ruiken bergop. Breukink! Please!! Verlies nemen, op vakantie sturen en laat Gesink de Vuelta winnen.