Harry Koene

Mijn foto
Netherlands
Fietsfreak, mooi-weer fietser. Liefst bergop, maar op vlakke beter. Zelfbenoemd EPO-kenner

donderdag 18 mei 2017

Evolutie

Bas Haring schreef in 2001 het boek Kaas en de Evolutietheorie. Het boek kreeg een prijs voor het beste kinderboek, maar is ook voor volwassenen een absolute aanrader als (bij)scholing in de mechanismen van natuurlijke selectie. Zo legt hij uit hoe het komt dat alle beren geile beren zijn. Dat komt niet doordat geil zijn beter is voor een beer dan - schrijft hij - in het weiland liggen dromen met een strootje tussen de tanden. Het probleem voor de beer die ligt te lanterfanten en slechts naar de vogeltjes kijkt is dat hij niet erg bezig is met het creëren van nageslacht en dat daardoor zijn dromerige genen niet doorgeeft. De genen die maken dat geile beren geile beren zijn doen het natuurlijk uitstekend in dat opzicht.

Natuurlijke selectie heeft niets te maken met goed en kwaad. Genetische kenmerken, zowel de goede als de kwade, persisteren in een populatie als ze voor meer nageslacht zorgen dan 'concurrerende' eigenschappen. Degene die het meest geschikt is voor de taak (of eigenlijk: wiens genenpakket het meest geschikt is) zal boven komen drijven.

Voor topsporters gelden strenge selectiecriteria. Om de top te bereiken zal aan een lange lijst van eisen moeten worden voldaan. Allereerst een enorme hoeveelheid talent. Talent voor het bereiken van de top wordt naar mijn stellige overtuiging niet alleen verklaard door een optimale combinatie van fysieke eigenschappen. Talent bestaat voor een aanzienlijk deel uit doorzettingsvermogen, de wil om keihard voor iets te trainen (of te studeren). Talent voor het bespelen van een instrument is niets waard als je niet oefent. En bij Isaiah Thomas, point guard van de Boston Celtics, was het niet zijn lengte (hij is 1.75 meter lang), maar zijn vasthoudendheid die maakte dat hij tot de top van de NBA behoort.

Een zeldzame hoeveelheid talent en doorzettingsvermogen zijn noodzakelijk, maar niet voldoende. Ouders die het geen probleem vinden om vele malen per week zoon- of dochterlief naar het veld of de zaal te vervoeren zijn zeker zo belangrijk. De wil om te winnen en grote ergernis en woede bij verlies zijn eveneens selectiecriteria. Je hoort sporters (of hun coaches) in interviews wel eens suggereren dat hun overwinning het gevolg was van een enorme 'honger' naar de zege. Hoewel de meeste sportinterviews niet uitblinken in veelzeggendheid, is dit wel een van de meest onbenullige opmerkingen die ik hoor. Als je als sporter niets geeft om winnen zul je best plezier hebben, maar de top bereik je niet.


Naar mijn mening is er nog een selectiecriterium dat een sporter nodig heeft om een winnaar te worden. Het zal niemand verbazen dat ik denk dat dat doping is.

Eigenlijk bedoel ik niet doping an sich. Ik bedoel dat degenen die de top willen bereiken er ALLES voor over moeten hebben. Dus opoffering en afzien, maar ook alle andere zaken die maken dat je net iets beter bent dan je concurrentie. Tijdrekken bij een voorsprong bijvoorbeeld, ondanks het striemende fluitconcert dat over je heen wordt gestort.

Ik denk dat de meeste sporters bij de start van hun carrière geen doping willen gebruiken, uitzonderingen als Marco Pantani daargelaten. Die gebruikte in zijn jeugdjaren al busladingen vol stimulantia. Naarmate het talent meer en meer tot bloei komt wordt de druk op 'die extra stap' groter. De sporters zonder scrupules of geweten hebben het daarbij het gemakkelijkst. Die hebben een 'ten-koste-van-alles-instelling' en zien geen verschil tussen superlichte marathonschoenen, een superaerodynamische helm of een kuurtje EPO. Kijk naar Maria Sharapova. Zij gebruikte meer dan 10 jaar een prestatiebevorderend middel dat oorspronkelijk bedoeld is voor patiënten met hartfalen en gelooft echt dat zij onterecht geschorst is.


Ik geloof dat de meeste mensen een vrij redelijk ontwikkeld gevoel van goed en kwaad hebben. Argumenten voor oorspronkelijk integere sporters om toch doping te gaan gebruiken zijn er te over: alle anderen doen het, het middel staat niet op de lijst (dus het is geen doping) of er is een relatieve onmogelijkheid tot carrièreswitch bij het handhaven van een al te streng geweten. Geld is mijns inziens soms wel een argument, maar niet het sterkste. Geld gaat meestal pas een rol spelen als de top al bereikt is.

Beter willen zijn dan de ander zit in ons genenpakket ingebakken. Kijk maar naar kinderen die een potje Stratego spelen. Je hoeft nooit lang te wachten op stiekeme verplaatsing van de Vlag als de tegenstander even niet kijkt....

Geen opmerkingen:

Een reactie posten