Harry Koene

Mijn foto
Netherlands
Fietsfreak, mooi-weer fietser. Liefst bergop, maar op vlakke beter. Zelfbenoemd EPO-kenner

vrijdag 4 september 2015

Werkt EPO?

Natuurlijk, zult u zeggen. EPO, of erythropoietine, verhoogt het aantal rode bloedlichaampjes (erythrocyten) en daarmee de zuurstoftransportcapaciteit van het bloed. Hierdoor wordt  meer zuurstof aan spieren afgegeven en verbetert de prestatie. Bloeddoping werkt op dezelfde manier. Logisch, zou Johan Cruijff zeggen.

Eschbach et al  New Engl J Med 1987
Ook nefrologen zullen ongeinteresseerd hun schouders ophalen op deze vraag. Sinds de introductie van EPO is de kwaliteit van leven van patienten zonder nierfunctie extreem verbeterd en ook binnen de hematologie wordt door patiƫnten en dokters geen seconde getwijfeld over het effect. Klachten veroorzaakt door onvoldoende aanmaak van rode bloedcellen door beenmergziekte kunnen regelmatig sterk worden verlicht door een simpele - niet eens dagelijkse - onderhuidse injectie.


De vraag of EPO werkt is dus niet zo goed. Het gaat om de vraag of EPO werkt bij topsporters. Probleem is dat daar nu bitter weinig onderzoek naar is gedaan.

Bram Brouwer (1947) is schaats- en wielrentrainer die in 2009 zijn master of science Arbeids- en Organisatiepsychologie aan de Open Universiteit behaalde (cum laude). Sindsdien deed hij promotie-onderzoek naar doping bij wielrenners (zie: www.brambrouwer.nl). Hij gebruikt het gebrek aan onderzoek naar de effecten van EPO bij topsporters als argument dat het geen of nauwelijks effect kan hebben. Ook het gegeven dat de meeste gepakte EPO-gebruikers werden gevonden in het 'midden van het peloton' zou voor een klein effect pleiten: als de middelmatige renners het gebruiken en nog steeds niet winnen van de schone (lees: niet gepakte) renners, kan het effect niet groot zijn. Brouwer in de Volkskrant van 2013: "En de aanname - meer zuurstof in het bloed is harder fietsen - is een fabel. Dan kunt u als tourliefhebber even hard fietsen als uw favorieten". Een denkfout. Alsof tourliefhebbers net zo hard trainen als professionals. Brouwer erkent dat het peloton harder is gaan fietsen, maar ziet deze versnelling al vanaf "[..] begin jaren tachtig, toen EPO nog niet bestond". Hij verklaart de toenmalige voorsprong van Italiaanse renners door de moderne trainingsmethoden. Hij weet misschien niet dat EPO vanaf 1983 al in grote hoeveelheden kon worden geproduceerd en vergeet dat Fransesco Moser in 1984 de trainingsmethoden gebruikte van Michele Ferrari, die een tamelijk prominente rol voor bloedtransfusies had ingeruimd.

Mijn dit type argumenten krijg je de zaak niet scherper. Zelfs met de strakke correlatie tussen de prestaties van Marco Pantani en zijn hematocriet komen we maar een beetje verder. We zullen het moeten hebben van hard-core wetenschappelijk onderzoek. Hoewel niet uitgevoerd bij topsporters is er een ruim aanbod aan literatuur beschikbaar over de effecten van EPO bij atleten. Ik pik er twee uit.

In 2000 verscheen een studie uit Noorwegen waarin gekeken werd naar onder andere het effect van EPO op het uithoudingsvermogen van wielrenners. Het onderzoek was dubbelblind en placebo-gecontroleerd: noch de sporters, noch de onderzoekers wisten wie EPO of placebo kreeg. Na 4 weken EPO-gebruik was de VO2-max (een maat voor het conditieniveau) gestegen van 63.6 naar 68.1 (7%).

Zeer lezenswaardig is de site van Ross Tucker en Jonathan Dugas (http://sportsscientists.com), beiden gepromoveerde Zuidafrikaanse inspanningsfysiologen, die net als ik overtuigd zijn van het effect van erythopoietine op de prestatie. Niet alleen wetenschappers, maar ook nog experts op het onderwerp. Het aantal relevante publicaties op de medische-wetenschappelijke database PubMed van Tucker is 37.

Zij halen een andere studie aan, die in 2007 verscheen in het European Journal of Applied Physiology. Een groep van 16 fitte amateurwielrenners werd gesplitst, waarbij 8 renners gedurende 13 weken EPO kregen toegediend. De overige 8 kregen placebo-injecties. Het maximale vermogen was in de EPO-groep na 4 wkn 13% hoger, terwijl de 'time to exhaustion' verbeterde met 54% (van 22 naar ruim 33 minuten op 80% van maximale vermogen).


Belangrijkste kritiekpunten waren dat de studie niet geblindeerd was (de sporters wisten of ze EPO of placebo kregen) en dat het niet ging om professionele sporters, bij wie de effecten op het maximale vermogen waarschijnlijk kleiner zullen zijn. Aan de andere kant, een kleine verlenging van de 'time to exhaustion' kan gemakkelijk winst betekenen na een lange bergetappe.

Dus EPO werkt bij patiƫnten, bij gezonde vrijwilligers en bij goed geoefende sporters. De meningen over het effect bij topsporters verschillen. U moet natuurlijk niet zomaar iemand geloven, maar op wie zo u uw geld zetten: op een arbeids- en organisatiepsycholoog die met halfbakken argumenten aankomt of op een inspanningsfysioloog die de boel wetenschappelijk benadert en daadwerkelijk zelf onderzoek gedaan heeft?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten