Harry Koene

Mijn foto
Netherlands
Fietsfreak, mooi-weer fietser. Liefst bergop, maar op vlakke beter. Zelfbenoemd EPO-kenner

dinsdag 5 juli 2016

En toch werkt het!

De afgelopen maanden vond in het Center for Human Drug Research (CHDR) een onderzoek plaats naar het prestatiebevorderende effect van EPO. Hoogleraar Klinische Farmacologie en CEO van het CHDR Adam Cohen vroeg zich af of het effect van erythropoietine op de inspanningstolerantie niet wordt overdreven en niet voornamelijk wordt bepaald door een placebo-effect. In een zeer grondig overzichtsartikel van Heuberger (zet je schrap, het is vrij technisch) wordt de beschikbare literatuur op een rij gezet. De insteek is kritisch: EPO is steeds in de verkeerde groep onderzocht, de studies zijn van lage kwaliteit en het effect kan op fysiologische gronden niet groot zijn.

Hun ideaal was om het effect van EPO dubbelblind, placebo-gecontroleerd te onderzoeken in een groep elite-wielrenners. Dat bleek een utopie; professionele wielrenners waren niet beschikbaar. 'Second best' bleek een groep van 48 goed getrainde wielrenners. Zij kregen placebo of EPO toegediend en ondergingen gedurende een aantal weken uitgebreide inspanningstesten om het effect van EPO op de prestatie te beoordelen. Prachtig onderzoek.

Als klap op de vuurpijl werd de groep begin juni de Mont Ventoux opgejaagd en werden de klimtijden vastgelegd. Deze laatste onderzoeksdag was uitgebreid in het nieuws. Wat bleek: de EPO-gebruikers waren gemiddeld ruim een halve minuut langzamer dan de placebo-groep. De onderzoekers zullen met dat resultaat erg tevreden zijn geweest. Ze hadden een voorschot op de uitkomst genomen door te suggereren dat het EPO-effect toch vooral inbeelding was en hadden een persbericht rondgestuurd om cameraploegen te verleiden de beklimming van de Ventoux vast te leggen

Het leverde leuke tv op, maar ik blijf vooral zitten met de vraag waarom de onderzoekers voor deze manier van presentatie hebben gekozen. Zij weten zelf ook dat de klimtijden an sich niet zo informatief zijn. Het gaat erom of de prestatie van individuele wielrenners verbetert onder invloed van EPO. Iedereen snapt dat het niet gaat om de verschillen tussen de wielrenners. Als ik en mijn zoon (10 jr) een wedstrijdje doen maakt het (nu nog) niet uit op welke fiets ik rij. Voorlopig versla ik hem nog. Volgens Cohen c.s. moet je dan de conclusie trekken dat het soort fiets niet uitmaakt. Het zit allemaal tussen de oren. Toch zou mijn zoon harder gaan als hij zijn dikke-banden-model zou inruilen voor een racemonster. Ter illustratie: de snelste deelnemer ging in 1 uur en 10 minuten (!!) naar boven, terwijl Mark de Bruijn (journalist EenVandaag) 1 uur en 47 minuten nodig had. De vraag rijst of de groepen überhaupt wel onderling vergelijkbaar waren. Het record is overigens sinds 2004 in handen van Iban Mayo met 55 minuten. Iban werd in 2007 betrapt op het gebruik van EPO.

Het hele idee om (goed en serieus opgezet) onderzoek te laten culmineren in een wedstrijdje Ventoux doet vermoeden dat de groep behoefte had aan media-aandacht. Waarom? Waarom niet in alle stilte het onderzoek uitvoeren, de resultaten analyseren en wachten tot de resultaten 'peer reviewed' zijn gepubliceerd? Dat is de gebruikelijke praktijk in de medische wetenschap. Als de onderzoekers zichzelf serieus nemen, zullen ook zij van mening zijn dat de (suggestie van een) conclusie dat EPO niet werkt op zijn minst prematuur te noemen is

Mijns inziens is het bewijs voor het prestatiebevorderende effect van EPO overtuigend. Niet alleen getuigenissen van wielrenners, maar ook het beschikbare wetenschappelijke onderzoek laat weinig ruimte voor twijfel. Toegegeven, onderzoek bij professionele wielrenners ontbreekt, maar het huidige onderzoek zal - begrijpelijkerwijs - ook dat probleem niet oplossen. Ik kijk uit naar de publicatie, maar zal door manier van presentatie de gegevens extra kritisch benaderen.

zaterdag 12 maart 2016

Meldonium 2

Een greep uit de interessante citaten van de afgelopen dagen.


1. Ivar Kalvins, Lets wetenschapper en ontdekker van het spul; "Het opnemen van meldonium op de dopinglijst is een politieke beslissing [...]. Meldonium heeft geen effect op de prestaties [...], maar beschermt de sporter tegen overbelasting en stress"

  • Uitzonderlijk kromme redenering. Bescherming tegen overbelasting en stress (beide over het algemeen als prestatieverlagend beschouwd) is kennelijk niet prestatieverhogend. Daarnaast, als meldonium geen (vermeend) effect heeft op de prestatie, waarom zouden sporters het dan nemen? En als het toch geen effect heeft, dan is plaatsing op de lijst toch geen probleem?


2. Harm Kuipers, gepensioneerd hoogleraar Bewegingswetenschappen en Armstrong apologeet: "Prestatieverhogende effect van meldononium zijn bewezen".

  • Hoewel strikt genomen misschien juist, valt op deze stelling nog wel wat af te dingen. Nikolaj Volkov zag positieve resultaten op het uithoudingsvermogen van een kleine groep atleten en bij proefdieren waren de resultaten overtuigend. Belangrijker is echter dat wetenschappelijk bewijs geen criterium is voor plaatsing van middelen op de dopinglijst. Ze komen er op als WADA van mening is dat er in potentie een effect is.


3. Maria Sharapova: "Ik gebruik meldonium al 10 jaar voor allerlei gezondheidsproblemen zoals griepachtige en diabetesachtige symptomen"

  • De indicatie voor meldonium is angina pectoris en hartfalen, diabetes en griep (!!) staan er niet bij. En tussen twee haakjes: misschien is het goed om alle dispensaties die je voor het middel kreeg even te laten zien.


4. (opnieuw) Maria Sharapova: "Ik ben tenminste eerlijk. Ik zal niet net doen alsof ik geblesseerd ben en de waarheid verhullen omtrent de test."

  • Kennelijk wordt dat als serieuze optie beschouwd.

5. Coach van Bulgaarse biathlonteam: "Er bestaan middelen die 100x krachtiger zijn dan meldonium, maar die niet op de dopinglijst staan".

  • Mmmm. OK. Dus.


6. Sergei Lavrov, minister van Buitenlandse Zaken, Rusland: "Verbod op meldonium is onredelijk".

  • Huh? Ehhh, waarom precies, excellentie?

7. Vital Moetko, minister van Sport, Rusland: "Sporen van meldonium blijven kennelijk langer in het lichaam dan gedacht".
  • Sporters kregen al vanaf najaar 2015 te horen (bij herhaling) dat het middel op de dopinglijst zou komen in 2016. De halfwaardetijd van meldonium is 5-6 uur. Na 4 dagen is van 500 mg nog 0.008 mg over, na een week 0.0000018 mg.

donderdag 10 maart 2016

Dromen

Bijltjesdagen in de sportwereld. Meldonium richt een slagveld aan onder sporters. Ik help u even op weg. Meldonium is een middel dat in Oost-Europa wordt voorgeschreven aan patienten met angina pectoris, pijn op de borst door tekort aan zuurstof van de hartspier. De oorzaak ervan is meestal 'aderverkalking' van de kransslagaders als gevolg van bijvoorbeeld roken, hoge bloeddruk of hoog cholesterol. In 2005 werd beschreven dat meldonium de inspanningstolerantie verbetert bij patienten met hartfalen na een hartinfarct.

Hoewel meldonium dus een positief effect lijkt te hebben op de inspanningstolerantie, verscheen het pas 1 januari 2016 op de dopinglijst van de WADA. In de afgelopen weken werd een legioen aan vooral Russische sporters betrapt op het gebruik ervan, onder wie tennisster Maria Sharapova. Zij vertelde zonder schaamte al tien jaar meldonium te gebruiken. Tien jaar. Sinds haar 18e! Heel kort na de eerste publicatie begon zij dus met inname. Zij vertelde het te gebruiken op advies van haar huisarts in verband met een aantal gezondheidsproblemen, waaronder suikerziekte. Het advies van haar media-adviseur zal zijn geweest: "verzin maar iets, maakt niet uit wat; ze geloven het toch wel".

Andere slachtoffers van de meldonium tsunami waren onder anderen schaatser Kulizhnikov, volleyballer Alexander Markin en een zooitje biatleten. Hongaarse basketbalster Anna Petrakova legde uit dat iedereen van haar team meldonium kreeg om de hartspier te beschermen, maar dat het de prestatie ZEKER NIET verbeterde. Goed te horen.

Ik vermaak me weer kostelijk, zeker ook als ik alle steunbetuigingen van haar collegae en fans zie.

Voor sporters is een middel pas doping is als het op de dopinglijst staat. Een (vermeend) prestatieverhogend middel dat niet op de lijst staat is een 'supplement' en is dus prima. Dat moet ook de oorzaak zijn van het zo overtuigend ontkennen van dopinggebruik van veel sporters. Het kunnen niet allemaal geboren leugenaars zijn. Ze moeten echt zelf overtuigd zijn van het feit dat ze niets fout doen. De integriteit gaat niet verder dan een jaarlijks veranderend lijstje van de WADA, dat bij publicatie al lichtjaren achterloopt. De Russen konden meldonium tien jaar gebruiken voordat het op de lijst kwam. Ter vergelijk, EPO kon in 1983 al in grote hoeveelheden worden geproduceerd, maar de opsporingstest werd pas in het jaar 2000 ingevoerd.

Dromen zijn bedrog. De droom dat profwielrenners schoon de berg oprijden blijkt bedrog. Net zoals de droom dat wielrennen de enige sport is waar doping wordt gebruikt. Ook iedereen die denkt dat het een Russisch probleem is moet wakker worden geschud.

Naast een massieve hoeveelheid talent is de bereidheid van de sporter om doping te gebruiken een selectiecriterium om de top te halen.

donderdag 17 september 2015

Maarten Ducrot naar Roompot

De afgelopen Vuelta was een feest. Vier Nederlandse etappe-overwinningen en Tom langdurig in het rood. Zelfs de organisatoren hadden niet durven dromen dat het verschil tussen de nummers 1 en 2 op de voorlaatste dag slechts zes seconden zou bedragen. De zaterdag-etappe was een geweldig schouwspel. Hoewel intens treurig voor Dumoulin, het ploegenspel van Astana mikte met militaire precisie raak. Mooiste beeld van de dag was dat van de op achterstand rijdende Tom, die van rechts in beeld werd genomen door de camera toen hij bijna onzichtbaar 'nee' schudde en daarna naar zijn voeten keek. Poëzie.

Maar nu even iets anders. Hoe komen we in godsnaam van Maarten Ducrot af? Het kan echt niet meer! De man rijgt de onzinnigheden schaamteloos aaneen. Ik heb het tijdens de Vuelta een keer bijgehouden: van elke 20 opmerkingen zijn er 15 tot17 controleerbaar onwaar. Lars Boom zag dat al eerder; hij praat om deze reden niet meer Ducrot.

In 2004 verving Ducrot Erik Breukink bij de NOS als wielercommentator. Breukink is sympathiek, maar ongeschikt voor het vak: te genuanceerd, te bescheiden. Mart Smeets moest hem steeds dezelfde vragen stellen en Erik was blij dat hij bij Rabobank kon gaan ploegleiden. Ducrot leek in eerste instantie een verbetering. Echte 'inside information' van een ex-prof. Maarten werd in 1982 wereldkampioen op het onderdeel ploegentijdrit (100 km!), deed vijf keer mee aan de Tour de France en won er een etappe in 1985. Een kenner, hoopten we.

Na een veelbelovende start ging het helaas snel achteruit. Zo was daar het gedrocht van het Nieuwe Wielrennen, te pas en te onpas gebruikt als verklaring voor dingen die Maarten niet begreep. Demarrage op 200 km van de meet: Nieuwe Wielrennen. Geen demarrage op 200 km van de meet:: Nieuwe Wielrennen. Grote valpartij op rechte weg: Nieuwe Wielrennen.

Dan was er het advies aan ik meen Bauke Mollema diep in de finale van Luik-Bastenaken-Luik. Maarten had net verkondigd dat Roche aux Faucons de laatste serieuze hindernis was en dat de klim naar de finish in Ans weinig meer voorstelde. Dat was meer een soort vals plat. Voor onze rasklimmer en veelwinnaar Ducrot misschien, maar voor gewone stervelingen voelt 1.3 km a 7% toch anders, zeker als je al bijna 250 km hebt gefietst. Zijn advies aan Bauke luidde als volgt. Goed opletten nu, pen en papier erbij. Komt-ie: "Bauke moet nu gewoon zo hard mogelijk naar boven rijden".

Afgelopen Vuelta maakte ik een van de dieptepunten mee. Maarten was lekker aan het babbelen over hoe hij (als enige) goed zag dat de renners in de kleine kopgroep van een dag in de bergen he-le-maal stuk zaten. Twee man demarreerden. Maarten vertelde dat deze twee eigenlijk al niet meer konden ("dat zie je zo"), maar het laatste restje energie uit hun lichaam persten. Achter de twee viel een gaatje. Er werd kort wat gepokerd, toen een van de achtervolgers in een haarspeld de (zeer steile) binnenbocht nam en naar de koplopers 'poefte'. Maarten: "Die zit helemaal stuk, die zoekt naar een gemakkelijke weg en probeert daarom de binnenbocht, maar die weg is er niet, jongen". Ik moest huilen.

Ik stel voor dat we Maarten inruilen voor Michael. Maarten stoppen we weg als ploegleider van Team Roompot en we halen Michael Boogerd terug naar de NOS. Laten we eerlijk zijn, ploegleiden is natuurlijk niets voor Boogerd. Die wil zelf in de schijnwerpers staan. Twee vliegen in een klap.

vrijdag 4 september 2015

Werkt EPO?

Natuurlijk, zult u zeggen. EPO, of erythropoietine, verhoogt het aantal rode bloedlichaampjes (erythrocyten) en daarmee de zuurstoftransportcapaciteit van het bloed. Hierdoor wordt  meer zuurstof aan spieren afgegeven en verbetert de prestatie. Bloeddoping werkt op dezelfde manier. Logisch, zou Johan Cruijff zeggen.

Eschbach et al  New Engl J Med 1987
Ook nefrologen zullen ongeinteresseerd hun schouders ophalen op deze vraag. Sinds de introductie van EPO is de kwaliteit van leven van patienten zonder nierfunctie extreem verbeterd en ook binnen de hematologie wordt door patiënten en dokters geen seconde getwijfeld over het effect. Klachten veroorzaakt door onvoldoende aanmaak van rode bloedcellen door beenmergziekte kunnen regelmatig sterk worden verlicht door een simpele - niet eens dagelijkse - onderhuidse injectie.


De vraag of EPO werkt is dus niet zo goed. Het gaat om de vraag of EPO werkt bij topsporters. Probleem is dat daar nu bitter weinig onderzoek naar is gedaan.

Bram Brouwer (1947) is schaats- en wielrentrainer die in 2009 zijn master of science Arbeids- en Organisatiepsychologie aan de Open Universiteit behaalde (cum laude). Sindsdien deed hij promotie-onderzoek naar doping bij wielrenners (zie: www.brambrouwer.nl). Hij gebruikt het gebrek aan onderzoek naar de effecten van EPO bij topsporters als argument dat het geen of nauwelijks effect kan hebben. Ook het gegeven dat de meeste gepakte EPO-gebruikers werden gevonden in het 'midden van het peloton' zou voor een klein effect pleiten: als de middelmatige renners het gebruiken en nog steeds niet winnen van de schone (lees: niet gepakte) renners, kan het effect niet groot zijn. Brouwer in de Volkskrant van 2013: "En de aanname - meer zuurstof in het bloed is harder fietsen - is een fabel. Dan kunt u als tourliefhebber even hard fietsen als uw favorieten". Een denkfout. Alsof tourliefhebbers net zo hard trainen als professionals. Brouwer erkent dat het peloton harder is gaan fietsen, maar ziet deze versnelling al vanaf "[..] begin jaren tachtig, toen EPO nog niet bestond". Hij verklaart de toenmalige voorsprong van Italiaanse renners door de moderne trainingsmethoden. Hij weet misschien niet dat EPO vanaf 1983 al in grote hoeveelheden kon worden geproduceerd en vergeet dat Fransesco Moser in 1984 de trainingsmethoden gebruikte van Michele Ferrari, die een tamelijk prominente rol voor bloedtransfusies had ingeruimd.

Mijn dit type argumenten krijg je de zaak niet scherper. Zelfs met de strakke correlatie tussen de prestaties van Marco Pantani en zijn hematocriet komen we maar een beetje verder. We zullen het moeten hebben van hard-core wetenschappelijk onderzoek. Hoewel niet uitgevoerd bij topsporters is er een ruim aanbod aan literatuur beschikbaar over de effecten van EPO bij atleten. Ik pik er twee uit.

In 2000 verscheen een studie uit Noorwegen waarin gekeken werd naar onder andere het effect van EPO op het uithoudingsvermogen van wielrenners. Het onderzoek was dubbelblind en placebo-gecontroleerd: noch de sporters, noch de onderzoekers wisten wie EPO of placebo kreeg. Na 4 weken EPO-gebruik was de VO2-max (een maat voor het conditieniveau) gestegen van 63.6 naar 68.1 (7%).

Zeer lezenswaardig is de site van Ross Tucker en Jonathan Dugas (http://sportsscientists.com), beiden gepromoveerde Zuidafrikaanse inspanningsfysiologen, die net als ik overtuigd zijn van het effect van erythopoietine op de prestatie. Niet alleen wetenschappers, maar ook nog experts op het onderwerp. Het aantal relevante publicaties op de medische-wetenschappelijke database PubMed van Tucker is 37.

Zij halen een andere studie aan, die in 2007 verscheen in het European Journal of Applied Physiology. Een groep van 16 fitte amateurwielrenners werd gesplitst, waarbij 8 renners gedurende 13 weken EPO kregen toegediend. De overige 8 kregen placebo-injecties. Het maximale vermogen was in de EPO-groep na 4 wkn 13% hoger, terwijl de 'time to exhaustion' verbeterde met 54% (van 22 naar ruim 33 minuten op 80% van maximale vermogen).


Belangrijkste kritiekpunten waren dat de studie niet geblindeerd was (de sporters wisten of ze EPO of placebo kregen) en dat het niet ging om professionele sporters, bij wie de effecten op het maximale vermogen waarschijnlijk kleiner zullen zijn. Aan de andere kant, een kleine verlenging van de 'time to exhaustion' kan gemakkelijk winst betekenen na een lange bergetappe.

Dus EPO werkt bij patiënten, bij gezonde vrijwilligers en bij goed geoefende sporters. De meningen over het effect bij topsporters verschillen. U moet natuurlijk niet zomaar iemand geloven, maar op wie zo u uw geld zetten: op een arbeids- en organisatiepsycholoog die met halfbakken argumenten aankomt of op een inspanningsfysioloog die de boel wetenschappelijk benadert en daadwerkelijk zelf onderzoek gedaan heeft?

zondag 30 augustus 2015

Cognitieve dissonantie

De wereldkampioenschappen atletiek zitten er op. Ik heb niet al te veel gezien, maar wat ik wel zag was vooral een freak show. Hoewel ik mezelf graag beschouw als een scepticus waar het op wielrenprestaties aan komt, moet ik nu bekennen dat ik - vrees ik - al mijn naiviteit heb verloren als het gaat om topsport in het algemeen.

Het ARD-BBC document dat vlak voor de wereldkampioenschappen bekend werd maakte gewag van een enorm dopingprobleem binnen de atletiek. Vroeger dachten we achteroverleunend dat dat toch vooral een probleem was van het Oostblok en dat het ongegeneerde gebruik van prestatiebevorderende middelen in het afvalputje was verdwenen met het vallen van de Berlijnse Muur. Dat de sprint vooral door Jamaicanen werd gedomineerd en de lange-afstandnummers vooral door Kenianen verklaarden we door een overigens onbekend, maar evident genetisch voordeel. Het feit dat in beide landen nauwelijks op doping wordt gecontroleerd en dat atleten in Kenia bij de zeldzame controles van tevoren worden gewaarschuwd schoven we terzijde. Blijf af van de atletiek, dat is een elegante en schone sport!

De 100 meter sprint werd 'verkocht' als een strijd tussen Goed en Kwaad. Usain Bolt vertegenwoordigt het Goede: supertalent, nog nooit positief bevonden, genetisch voordeel want van Jamaica. Tuurlijk, hij heeft trainers die bijbeunen als dopingkoeriers, maar zo'n sympathieke jongen, die is natuurlijk schoon. Het Kwaad was Justin Gatlin: langdurig geschorst geweest, korting gekregen wegens meewerken met de dopingspeurders en op zijn ouwe dag harder lopend dan ooit. Bolt - o Redder der Atletiek - won, Gatlin kreeg zilver. Ze omhelsden elkaar na afloop innig. De nummer 4 heb ik overigens niet horen klagen dat het missen van een medaille werd veroorzaakt door een sprinter die eigenlijk thuis op de bank had moeten zitten. Ik zou dat zelf nogal moeilijk te verteren hebben gevonden.

Dan Dafne Schippers. Frisse meid, sympathiek, supertalent, altijd al goed geweest. Journalist Henk Stouwdam in de NRC verklaarde haar goede presteren onder andere uit haar "enorme wil om te winnen" en - let nu goed op - haar "hekel aan verliezen". Juist. Het wordt tijd om sportjounalisten vanaf nu consequent slechts 'verslaggevers' te noemen. Stouwdam schreef overigens een zeer vermakelijk stukje over het lichaam van Schippers; erg de moeite waard als je met het verkeerde been uit bed bent gestapt.

Het probleem bij Schippers is dat ook ik niet wil geloven dat ze gedrogeerd is. Dat komt niet omdat haar prestaties erg geloofwaardig zijn, want dat zijn ze natuurlijk niet. De vierde tijd ooit, alleen Griffith-Joyner en Jones, twee dope-konijnen pur sang waren sneller. Nee, mijn geloof in haar komt door haar nationaliteit. Nationalisme is een eng ding, blijkt maar weer.

Ik probeer me ertegen te verzetten. Net zoals ik me verzet tegen het geloof in de zuiverheid van de overwinning van de ook zeer sympathieke Tom Dumoulin vandaag in de Vuelta. Tom is een tijdrijder die aardig bergop kan. Vandaag versloeg hij na zeer steile laatste kilometers onder anderen Quintana, Froome, Valverde en Rodriguez. Knappe prestatie, maar als een tijdrijder uit Rusland of Turkije de etappe had gewonnen was mijn uit chauvinisme geboren coginitieve dissonantie toch een stuk minder groot geweest.

donderdag 16 april 2015

Waarom zijn wielrenners zulke slechte leugenaars?

Het moet weer even. Ik had me voorgenomen niet meer zoveel over doping te schrijven, maar kan de drang nu echt niet weerstaan. Vandaag moest Greg van Avermaet zich verantwoorden tegenover de Belgische wielerbond voor zijn contacten met sportarts Chris Mertens. Greg zou zich hebben schuldig gemaakt aan inname van Diprophos (injecteerbaar betamethason: zeer krachtig corticosteroide) en Vaminolact (injecteerbare combinatie van aminozuren). Beide middelen staan op de dopinglijst. Diprophos mag je alleen gebruiken als je in het bezit bent van een dispensatie en Vaminolact mag je alleen gebruiken als je niet injecteert. Waarom dokters intraveneuze corticosteroïden zouden moeten toedienen aan atleten (anders dan voor doping) is mij een raadsel en het slikken van een middel dat bedoeld is voor injectie is meestal ook geen goed idee. Een glas melk is waarschijnlijk effectiever.

Het probleem van de Belgische bond ligt niet alleen bij de middelen die Greg gebruikte. Het feit dat hij ze waarschijnlijk kreeg van Chris Mertens maakt het er niet frisser op. Dokter Mertens kwam in 2013 al eens in het nieuws toen hij ozontherapie zou hebben toegepast op een aantal atleten, onder wie Jurgen van den Broeck. Kwakzalverij natuurlijk, maar dat doet er even niet toe. In 2012 werd de Belgische WK-ploeg door collega Mertens geprepareerd. Gilbert werd wereldkampioen. Dat prepareren moest kennelijk in het geheim: een en ander werd pas bekend na een anonieme brief aan tv-zender VTM. Verder valt over Chris Mertens te vertellen dat hij de zoon is van Jules Mertens. Jules was ook al actief in het wielrennen, onder andere bij de PDM en Capri Sonne, waarvan Peter Winnen uit de doeken deed dat hij er doping kreeg voorgeschreven.

Tot zover niets nieuws onder de zon.

Mijn verbazing werd vooral geschetst door de reactie van Van Avermaet. Hij geeft toe dat hij patient was van Chris Mertens, die zichzelf beschrijft als "een gewone huisarts". Hij ging daar echter niet heen voor medicatie, hoe kom je erbij. Hij vertelt dat hij de huisdokter uit Rotselaar alleen voor massage bezocht.

Massage.

Greg fietst voor BMC, waar ze volgens de website 11 'therapists' (fysiotherapeuten?) en 2 osteopaten (lees: kwakzalvers) in dienst hebben. Dat is niet genoeg voor Greg. Greg wil liever gemasseerd worden door een "gewone huisarts" uit Rotselaar. Ik weet niet hoe u het zich voorstelt, maar als ik naar mijn huisarts ga met het verzoek om een massage, word ik waarschijnlijk getrakteerd op verbazing en hoongelach.

Greg moet even bellen met Frank van Marwijk die liegcursussen aanbiedt. Vooral letten op regel 7, Greg: "Geef geen onnodige verklaringen af".

vrijdag 30 januari 2015

Basketbal voor wielrenners

Ik weet niet meer precies wanneer het was, maar het moet na 1980 zijn geweest. Joop Zoetemelk maakte een van de grootste inschattingsfouten van zijn leven door deel te nemen aan een soort TV-meerkamp. Het concept was best aardig: laat topsporters uit diverse disciplines allerlei sportdingetjes doen en kijk wie er wint. Daarbij ging het natuurlijk niet om wie het hardst kon fietsen. Nee, het ging meer om dingen uit de gymlessen van de lagere school, een soort apekooien voor volwassenen. Gepresenteerd door Mies Bouwman.

Joop was een wereldtopper en het Nederlandse publiek was trots na zijn Tour-overwinning, maar iedereen wist dat Joop niet zou winnen. Het was duidelijk dat wielrennen daarvoor teveel een beensport is.

Een van de onderdelen was touwklimmen. Niet Joops sterkste nummer. Ik kan de pogingen van Joop om van de grond te komen nog zo op mijn netvlies terughalen. Het publiek probeerde tevergeefs het leedvermaak te onderdrukken. Ik wenste Joop een slimmere manager toe.

De winter is voor de wielrenner in mij een lastige periode. Het hoeft van mijn niet elke dat 20 graden te zijn, maar om bij regen, sneeuw en wind op de fiets te stappen, als is het de ATB, vergt veel van mij. De Tacx is een redelijk alternatief, maar elke winter zoek ik naar prettigere mogelijkheden. Zo ook deze winter.

Sinds enige maanden basketbalt mijn zoon bij OSM '75 in Maarssen. Leuke club, relaxte sfeer. Tijdens een van de zijn eerste trainingen gooide ik wat balletjes. Lekker gevoel. Vroeger was ik een tamelijk fanatieke basketballer, maar studeren in Amsterdam bracht allerlei verleidingen met zich mee die nogal slecht combineerden met intensief sporten. Ik liet me nu gemakkelijk overhalen om eens mee te doen met een training van Heren 1. Zo erg zou het toch niet zijn, ik was toch in goede conditie?

Dinsdagavond om half 9 stond ik te trappelen, twee uur later strompelde ik meer dood dan levend van het veld. Uitgewoond, enkel verzwikt en brandende bovenbenen. Geweldige sport, maar ik was vergeten hoe intensief het is. Ik was ook het bestaan van nogal al wat spiergroepen in mijn boven- en onderbenen vergeten. De ochtend na de training kon ik niet opstaan. Bij alleen al de gedachte aan de trap sprongen de tranen in mijn ogen. Basketballen is niets voor wielrenners.

Mijn seizoen op de fiets is verloren. Dinsdagavond sta ik weer paraat.

vrijdag 3 oktober 2014

Oude wijn in nieuwe zakken

Afgelopen zondag liep Dennis Kimetto in Berlijn een nieuw wereldrecord op de marathon. In zijn derde wedstrijd liep hij 2:02:57, een kleine halve minuut sneller dan het oude record. Luc Krotwaar, een Nederlandse marathonloper, trok die prestatie in twijfel. Hij schatte de kans dat het record op een dopingvrije manier tot stand was gekomen op 10%. Volgens hem gebruikt 90% van de huidige generatie marathonlopers prestatiebevorderende middelen. Het zal u niet verbazen dat ik hem geloof.

Uiteraard heeft hij geen hard bewijs, er zijn geen positieve dopingtesten. Zijn verdenking is ontstaan uit de enorme progressie die de Afrikanen de afgelopen 10 jaar hebben geboekt op de lange afstanden. Sinds 2002 is er ruim tweeënhalve minuut afgesnoept van het marathonrecord. Verder put hij uit waarnemingen die hij deed terwijl hij in Kenia trainde. Dat er in Kenia nauwelijks op doping wordt gecontroleerd maakt de zaak niet frisser.

Ik geloof hem. Niet zozeer door zijn eigen beweringen, maar vooral door de reactie van Gerard van Veen in de NRC van afgelopen woensdag 1 oktober. Gerard is de manager van Kimetto en geeft aan dat zijn loper dit jaar al 10 keer is gecontroleerd. Van Veen doet net alsof dat een bewijs van onschuld is, maar weet natuurlijk beter. Het is hetzelfde argument dat onder anderen Armstrong gebruikte om zich te ontdoen van dopingbeschuldigingen. Niet zo'n heel erg geloofwaardige verdediging, bleek later. De manager maakt het erger door te stellen dat Nederlandse artsen niet wisten wat ze zagen toen ze Dennis Kimetto onderzochten in verband met een blessure. Die zouden beweerd hebben dat Dennis een "gigantisch sterk hart en sterke longen" zou hebben. Dat is lachwekkend. "Sterke longen", wat betekent dat überhaupt?

Chemometricus Klaas Faber maakt in hetzelfde stuk gewag van een "genetisch voordeel" van Kenianen en zet Krotwaar weg als een gefrustreerde, tweederangs atleet. Ook die redeneertrant is eerder gebruikt, het vaakst door Hein Verbruggen (ex-voorzitter UCI) toen hij types als Bassons ('monsieur Propre') probeerde de mond te snoeren toen die de prestaties van Armstrong waagde te betwijfelen.

Atletiekcoach Henk Kraaijenhof wil niet dat bijzondere prestaties meteen in twijfel worden getrokken. Hij vindt dat je daarmee dopinggebruik stimuleert, doordat atleten denken dat je alleen op die manier de top kan bereiken. Hij weet natuurlijk heel goed dat dat inderdaad zo is. In deze context is het interessant dat Kraaijenhof fervent tegenstander is van dopingcontroles, omdat die oneerlijkheid in de hand zouden werken. In 2009 schreef Sylvain Ephimenco een geinig stukje over Henk. Met zulke vrienden heeft Dennis Kimetto geen vijanden nodig.

Ik snap al die mensen niet. De meest voor de hand liggende reactie zou toch zijn om eens met Krotwaar te gaan praten en luisteren naar wat hij te vertellen heeft?

donderdag 4 september 2014

Het dichte achterwiel

Ik ben een stakker. Ik krijg het niet voor elkaar mijn hobby op een hobby-achtige manier te benaderen. Gewoon, relaxed, niet te fanatiek. Nee, ik moet altijd zo hard mogelijk fietsen, ik kan het niet verdragen als ik over de 25 kilometer naar mijn werk langer doe dan 45 minuten, ook al waait het nog zo hard.

Sinds ik een jaar of twee geleden het tijdrijden heb ontdekt, heeft mijn stakkerschap een nieuwe dimensie gekregen. Wielrenners houden van spulletjes, maar bij tijdrijders is dat fetisjisme van een hele andere orde. Een andere helm waarmee je ongeveer 0.25 Watt vermogen bespaart, mag heus wel € 250 kosten. Dat is toch helemaal geen geld?

De tijdritfiets was de eerste absolute noodzaak, maar eigenlijk gold dat ook voor het dichte achterwiel. Daar zat ik al een tijdje op te azen, maar ik liet mij - volkomen onterecht - weerhouden door het hoongelach van mijn wederhelft. Mijn argument dat als 40-plusser met een dicht achterwiel bij een tijdritwedstrijd geen uitzondering bent verminderde haar leedvermaak niet.

Het werd een Citec-wiel (alu-remrand, clincher, topkoop!).

Wat een geweldige uitvinding, het dichte wiel. Het geluid bij aanzetten is werkelijk betoverend, het houdt het midden tussen zagen en zoeven. Ik kijk wel eens verschrikt achterom, denkend dat er een brommende auto dicht op me rijdt. Het gevoel van snelheid is enorm. Een genot om op de fiets te mogen stappen!

Op internet zijn discussies te vinden over of je wel of niet mag trainen met een dicht achterwiel. De meeste kenners vinden van niet. De argumenten tegen kan ik niet helemaal doorgronden. Niet cool, of zoiets. Ik ben tamelijk gevoelig voor de mores van het peloton: schone fiets, geschoren benen, 2 identieke bidons, enzovoort enzovoort, maar mijn dichte wiel thuislaten gaat mij te ver. Het lawaai van het wiel is daarvoor te verslavend, ik kan niet meer zonder. Volgende vraag is natuurlijk of ook de tijdrithelm op en het snelpak aan moeten. Daar ben ik nog niet uit. Het geluid wordt wel zachter met die helm...