Een geweldige eerste twee weken van de Tour! Twee Nederlanders die meedoen in de top van het algemeen klassement. Elke dag na de Pyreneeën vreesde ik het moment dat Mollema of Ten Dam zou breken en de aansluiting zou verliezen. Niets van dat alles. Zelfs de vlakke tijdrit gooide geen roet in het Belkin-eten. Er werd al op luide toon gesproken over een nationale overwinning op Alpe d'Huez en heel voorzichtig vroegen journalisten aan Mollema of hij vanaf zijn 2e plek ook voorzichtig omhoog durfde te kijken.
Mollema reageerde gelaten. Hoewel hij plichtmatig zei dat alles nog open lag, was duidelijk te zien dat hij - terecht - apetrots was op zijn tweede plek en dat hij de kans dat hij Froome serieus zou kunnen bedreigen in de Alpen ongeveer even hoog inschatte als de kans dat Ajax de Champions League ooit nog wint.
Sinds het tijdverlies in de eerste Alpenetappes groeit mijn medelijden met Mollema. Niet alleen tijdens de koers, waar zijn manier van fietsen daar om schreeuwt: mond wijd open en volkomen scheef op de fiets. Trek hem een oud Kelme-shirt een hij is niet te onderscheiden van Fernando Escartin. Nee, vooral met de NOS-microfoon voor zijn neus heb ik medelijden. Zijn weerzin tegen interviews groeit elke dag. Bij elk antwoord nodigt hij de interviewer non-verbaal maar overduidelijk uit GEEN nieuwe vraag te stellen. Als dat dan toch gebeurt zie je hem zuchten en teleurgesteld naar beneden kijken. Hij is te beschaafd om weg te lopen. Vanochtend bij de start had de interviewer het eindelijk door. Hij vroeg: "Bauke, mag ik je een vraag stellen?". Bauke keek hem vriendelijk aan, dacht even na, maar liet zich deze kans niet ontglippen. Hij zei nee.
Harry Koene
- Harry Koene
- Netherlands
- Fietsfreak, mooi-weer fietser. Liefst bergop, maar op vlakke beter. Zelfbenoemd EPO-kenner
vrijdag 19 juli 2013
vrijdag 28 juni 2013
Mening
Wielerjournalisten. Er zitten een paar goeie tussen maar de meeste journalisten zijn, om met Paul Kimmage en David Walsh te spreken "fans with typewriters".
Gisteren gaf Lance Armstrong een interview aan Le Monde. Hij zei onder meer het volgende: "Winnen van de Tour in mijn tijd was niet mogelijk zonder doping te gebruiken". Om de boel een beetje op te leuken verving Le Monde "in mijn tijd was" door "is". Veel spannender.
Jose Been is freelance journaliste en verslaat onder meer wielerwedstrijden voor Eurosport. Zij is uitstekend geinformeerd, maar neigt in mijn optiek wat teveel naar fan-with-typewriter-schap. Hieronder haar reactie op @hetiskoers met betrekking tot de foute quote van Armstrong:
Zij vindt het kennelijk belangrijk om te suggereren dat Armstrong van mening is dat het nu beter is dan vroeger. Door de uitspraak van Armstrong te verduidelijken vervult zij haar journalistieke taak uitstekend, maar insinueert tegelijkertijd dat het wielrennen nu schoner zou zijn dan eerder. De mening van Armstrong over doping is klaarblijkelijk belangrijk. Op mijn vraag wat haar eigen mening is kreeg ik nog geen antwoord. Ik snap niets van sportjournalistiek.
Gisteren gaf Lance Armstrong een interview aan Le Monde. Hij zei onder meer het volgende: "Winnen van de Tour in mijn tijd was niet mogelijk zonder doping te gebruiken". Om de boel een beetje op te leuken verving Le Monde "in mijn tijd was" door "is". Veel spannender.
Jose Been is freelance journaliste en verslaat onder meer wielerwedstrijden voor Eurosport. Zij is uitstekend geinformeerd, maar neigt in mijn optiek wat teveel naar fan-with-typewriter-schap. Hieronder haar reactie op @hetiskoers met betrekking tot de foute quote van Armstrong:
Zij vindt het kennelijk belangrijk om te suggereren dat Armstrong van mening is dat het nu beter is dan vroeger. Door de uitspraak van Armstrong te verduidelijken vervult zij haar journalistieke taak uitstekend, maar insinueert tegelijkertijd dat het wielrennen nu schoner zou zijn dan eerder. De mening van Armstrong over doping is klaarblijkelijk belangrijk. Op mijn vraag wat haar eigen mening is kreeg ik nog geen antwoord. Ik snap niets van sportjournalistiek.
woensdag 26 juni 2013
Interview Manolo Saiz
Ziehier een interview van Manolo Saiz als reactie op 'non-bekentenis' van Laurent Jalabert.
Zeer geestig! Saiz weet zeker dat Jalabert NOOIT doping heeft gebruikt bij ONCE en weet ook zeker dat NIEMAND bij de ploeg ooit doping heeft gebruikt. Hij had beter kunnen antwoorden met "geen commentaar", dat was nog net iets geloofwaardiger geweest.
Zeer geestig! Saiz weet zeker dat Jalabert NOOIT doping heeft gebruikt bij ONCE en weet ook zeker dat NIEMAND bij de ploeg ooit doping heeft gebruikt. Hij had beter kunnen antwoorden met "geen commentaar", dat was nog net iets geloofwaardiger geweest.
dinsdag 25 juni 2013
Doctorandus
"Drs. Bram Brouwer is promovendus aan de Open Universiteit op het onderwerp De mythes van epo in de wielersport."
Dat stond onderaan het opiniestuk in de NRC van 24 juni jongstleden. Het was beter geweest als Brouwer onderaan het stuk had weergegeven wat zijn achtergrond is (schaatstrainer, wielertrainer, later organisatiepsycholoog) in plaats van het tonen van alleen zijn doctorandustitel. Hij suggereerde nu een wetenschappelijke expertise op het gebied van de effecten van erytropoëtine die hij niet bezit.
Drs. Brouwer schreef dat er geen bewijs is dat erytropoëtine de prestaties verbetert en dat de Commissie Sorgdrager selectief geput zou hebben uit de beschikbare literatuur. Dat de Gewiss-ploeg in 1994 de Waalse Pijl domineerde met behulp van dr. Michele Ferrari en zijn EPO is volgens drs. Brouwer geen bewijs voor de werkzaamheid. De effecten zijn volgens hem minimaal, het effect zou tijdens de koers geheel wegvallen. Bewijs voor deze stelling wordt niet geleverd.
Brouwer haalt ook het onderzoek van Cohen (Leiden) aan, waarin deze stelt dat er onvoldoende bewijs is voor positieve effecten van EPO op het prestatievermogen van topwielrenners. Brouwer laat voor het gemak "...van topwielrenners" even weg en insinueert ten onrechte dat het effect van EPO op sportieve prestaties überhaupt niet zou zijn onderzocht. Een korte zoektocht door de medische database PubMed levert een sloot aan wetenschappelijke data op waaruit het tegendeel blijkt.
Eerder publiceerde de NRC een interview met Brouwer. Een wat warrig verhaal, waarin hij gek genoeg wel erkent dat doping de prestatie verbetert. Hij sloot zich bovendien toen aan bij het legioen relativisten die vinden dat ploegartsen de gezondheid van renners beschermen door EPO toe te dienen tijdens een drieweekse etappewedstrijd. Hij vergeet dat écht gezond advies zou zijn om de renner rust te laten nemen. Brouwer vertelt in het interview dat hij zijn onderzoek uitvoert door te kijken naar "de medische kant [..] en de inspanningsfysiologie". Wetenschappelijk verontrustend is dat hij het als psycholoog niet nodig vindt de "details te kennen van de specialismen" en dat hij "overal vandaan haalde wat [hij] nodig had".
Doctorandus Brouwer meent dat de Commissie Sorgdrager alles erger heeft gemaakt: door te stellen dat iedereen doping gebruikt(e), zouden de niet-gebruikers uitgelokt worden zich bij de vermeende meerderheid aan te sluiten. Sterker, hij is ervan overtuigd dat de commissie dit ook beoogt omdat haar bestaansrecht afhankelijk is van dopinggebruik. Daar moest ik van glimlachen.
Het bewijs dat EPO ook in de topsport werkt is - hoewel misschien niet per se wetenschappelijk of juridisch waterdicht - overweldigend. Mijns inziens zijn de belangen van Bram Brouwer, die zijn geld verdient in de sportpsychologie, groter dan de leden van de commissie Sorgdrager.
Dat stond onderaan het opiniestuk in de NRC van 24 juni jongstleden. Het was beter geweest als Brouwer onderaan het stuk had weergegeven wat zijn achtergrond is (schaatstrainer, wielertrainer, later organisatiepsycholoog) in plaats van het tonen van alleen zijn doctorandustitel. Hij suggereerde nu een wetenschappelijke expertise op het gebied van de effecten van erytropoëtine die hij niet bezit.
Drs. Brouwer schreef dat er geen bewijs is dat erytropoëtine de prestaties verbetert en dat de Commissie Sorgdrager selectief geput zou hebben uit de beschikbare literatuur. Dat de Gewiss-ploeg in 1994 de Waalse Pijl domineerde met behulp van dr. Michele Ferrari en zijn EPO is volgens drs. Brouwer geen bewijs voor de werkzaamheid. De effecten zijn volgens hem minimaal, het effect zou tijdens de koers geheel wegvallen. Bewijs voor deze stelling wordt niet geleverd.
Brouwer haalt ook het onderzoek van Cohen (Leiden) aan, waarin deze stelt dat er onvoldoende bewijs is voor positieve effecten van EPO op het prestatievermogen van topwielrenners. Brouwer laat voor het gemak "...van topwielrenners" even weg en insinueert ten onrechte dat het effect van EPO op sportieve prestaties überhaupt niet zou zijn onderzocht. Een korte zoektocht door de medische database PubMed levert een sloot aan wetenschappelijke data op waaruit het tegendeel blijkt.
Eerder publiceerde de NRC een interview met Brouwer. Een wat warrig verhaal, waarin hij gek genoeg wel erkent dat doping de prestatie verbetert. Hij sloot zich bovendien toen aan bij het legioen relativisten die vinden dat ploegartsen de gezondheid van renners beschermen door EPO toe te dienen tijdens een drieweekse etappewedstrijd. Hij vergeet dat écht gezond advies zou zijn om de renner rust te laten nemen. Brouwer vertelt in het interview dat hij zijn onderzoek uitvoert door te kijken naar "de medische kant [..] en de inspanningsfysiologie". Wetenschappelijk verontrustend is dat hij het als psycholoog niet nodig vindt de "details te kennen van de specialismen" en dat hij "overal vandaan haalde wat [hij] nodig had".
Doctorandus Brouwer meent dat de Commissie Sorgdrager alles erger heeft gemaakt: door te stellen dat iedereen doping gebruikt(e), zouden de niet-gebruikers uitgelokt worden zich bij de vermeende meerderheid aan te sluiten. Sterker, hij is ervan overtuigd dat de commissie dit ook beoogt omdat haar bestaansrecht afhankelijk is van dopinggebruik. Daar moest ik van glimlachen.
Het bewijs dat EPO ook in de topsport werkt is - hoewel misschien niet per se wetenschappelijk of juridisch waterdicht - overweldigend. Mijns inziens zijn de belangen van Bram Brouwer, die zijn geld verdient in de sportpsychologie, groter dan de leden van de commissie Sorgdrager.
donderdag 23 mei 2013
De saaiste Giro ooit
Het begon geweldig: mooi weer, flitstende criterium-achtige etappes en een beloofde strijd tussen Nibali en Wiggins (en Evans). Ook Robert Gesink mocht op het aanplakbiljet, maar niemand geloofde van tevoren echt dat hij kanshebber op de overwinning was.
De afgelopen dagen zijn uitgedraaid op een bittere teleurstelling. Wiggins riep al voor de start van de Giro dat het kopmanschap van Froome in de Tour de France wat hem betreft niet vaststaat en liet in de eerste etappes zien niet echt veel zin te hebben om het onderste uit de kan te halen. Teveel gemopper. In de tijdrit was er nog sprake van een lichte oprisping. Hij reed de laatste beklimming in een onwaarschijnlijk hoog tempo omhoog. Zo onwaarschijnlijk hoog (6.9 W/kg), dat de minieme twijfel die bij mij resteerde over dopinggebruik binnen de Sky-ploeg voorlopig is verdwenen.
De dagen daarna werd het erger. Wiggins verloor tijd, Astana heerste net als Sky en vroeger USPostal. Het gestuntel van Wiggins in de natte afdalingen had nog wel iets vermakelijks, maar na zijn afstappen begreep ik dat hij vooral bang moet zijn geweest dat een blessure zijn deelname aan de Tour in gevaar zou kunnen brengen.
We zijn veroordeeld tot het kijken naar een immens saai einde. Nibali is onbedreigd. Optimisten zeggen dat Evans nog kans maakt, maar mijns inziens mag Evans zich in de handen knijpen als hij plek 2 kan vasthouden. Het gat met de rest is te groot. De kans dat revelatie Santambrogio nog een bedreiging vormt voor Nibali is nul: Nibali gunde hem de overwinning in etappe 14 en kan op zijn steun rekenen. Komend weekeinde zullen de passages van Gavia, Stelvio en Tre Cime di Lavaredo vrijwel zeker sneuvelen in verband met de slechte weersomstandigheden. Terecht. Ik heb op zichzelf niets tegen wat heroiek in regen en sneeuw, maar het wordt nu wel erg vervelend om te kijken naar dik ingepakte wielrenners bij wie elke motivatie om strijd te maken de kop wordt ingedrukt door een striemende wind en een gevoelstemperatuur van rond het vriespunt.
Gesink is aandoenlijk en kan op mijn blijvende sympathie rekenen. Hij wordt er op de zwaarste etappes kansloos afgereden, maar houdt moed en valt aan. Zijn lossen uit het wiel van Nibali cum suis overtuigt mij bovendien van zijn abstinentie van dopinggebruik, hoewel hem dat mogelijk wat minder interesseert.
We zitten het lijdzaam uit en wachten op de Tour. Ik verheug me enorm op de aangekondigde vete tussen Wiggins en Froome begin juli.
De afgelopen dagen zijn uitgedraaid op een bittere teleurstelling. Wiggins riep al voor de start van de Giro dat het kopmanschap van Froome in de Tour de France wat hem betreft niet vaststaat en liet in de eerste etappes zien niet echt veel zin te hebben om het onderste uit de kan te halen. Teveel gemopper. In de tijdrit was er nog sprake van een lichte oprisping. Hij reed de laatste beklimming in een onwaarschijnlijk hoog tempo omhoog. Zo onwaarschijnlijk hoog (6.9 W/kg), dat de minieme twijfel die bij mij resteerde over dopinggebruik binnen de Sky-ploeg voorlopig is verdwenen.
De dagen daarna werd het erger. Wiggins verloor tijd, Astana heerste net als Sky en vroeger USPostal. Het gestuntel van Wiggins in de natte afdalingen had nog wel iets vermakelijks, maar na zijn afstappen begreep ik dat hij vooral bang moet zijn geweest dat een blessure zijn deelname aan de Tour in gevaar zou kunnen brengen.
We zijn veroordeeld tot het kijken naar een immens saai einde. Nibali is onbedreigd. Optimisten zeggen dat Evans nog kans maakt, maar mijns inziens mag Evans zich in de handen knijpen als hij plek 2 kan vasthouden. Het gat met de rest is te groot. De kans dat revelatie Santambrogio nog een bedreiging vormt voor Nibali is nul: Nibali gunde hem de overwinning in etappe 14 en kan op zijn steun rekenen. Komend weekeinde zullen de passages van Gavia, Stelvio en Tre Cime di Lavaredo vrijwel zeker sneuvelen in verband met de slechte weersomstandigheden. Terecht. Ik heb op zichzelf niets tegen wat heroiek in regen en sneeuw, maar het wordt nu wel erg vervelend om te kijken naar dik ingepakte wielrenners bij wie elke motivatie om strijd te maken de kop wordt ingedrukt door een striemende wind en een gevoelstemperatuur van rond het vriespunt.
Gesink is aandoenlijk en kan op mijn blijvende sympathie rekenen. Hij wordt er op de zwaarste etappes kansloos afgereden, maar houdt moed en valt aan. Zijn lossen uit het wiel van Nibali cum suis overtuigt mij bovendien van zijn abstinentie van dopinggebruik, hoewel hem dat mogelijk wat minder interesseert.
We zitten het lijdzaam uit en wachten op de Tour. Ik verheug me enorm op de aangekondigde vete tussen Wiggins en Froome begin juli.
zondag 13 januari 2013
Naïviteit
Aanstaande donderdag 17 januari wordt naar alle waarschijnlijkheid de openbare biecht van Lance Armstrong uitgezonden. Hij volgt mijn advies op en probeert een eerste stapje te maken op weg naar rehabilitatie. Ik ga ervan uit dat hem dat zal lukken. De liefde van het Amerikaanse volk heeft een deuk opgelopen, maar is niet verdwenen. Daarvoor is zijn verhaal, hoe gemanipuleerd ook, veel te mooi.
De verwachting is dat Lance tijdens de opnames van zijn vraaggesprek met Oprah Winfrey geen volledige openheid van zaken zal geven. Hij zal toegeven zijn hele carriere doping te hebben gebruikt, maar zal geen boter bij de vis geven. Hij zal, tranen terugdringend, vertellen dat er geen andere manier was om als Amerikaan toe te treden tot het Europese coureursgilde. Enzovoort, enzovoort. Ik zal kijken.
Afgelopen zaterdag publiceerde de Volkskrant een stuk van Bert Wagendorp waarin hij het opneemt voor Armstrong. Hij vindt dat doping het wielrennen - met alle 'bovenmenselijke' inspanningen - geloofwaardig maakt en dat de verhalen over doping extra romantiek toevoegen aan de toch al zeer poetische sport. Ik ben het niet met hem eens.
Tot halverwege de jaren '80 ga ik nog een stuk met hem mee. Knullig gedoe met amfetamine en testosteron, hoewel ook toen waarschijnlijk slachtoffers zijn gemaakt. Ook toen voelden jonge talenten zich waarschijnlijk door trainers/begeleiders gedwongen om de spuit te pakken. Het probleem werd echter pas echt groot met de komst van EPO. Dat werkte echt, de meningen van professoren Cohen en Kuipers ten spijt! Kijk naar Lance Armstrong. Met EPO kun je van een talentvol renner voor de eendagskoersen een groot tijdrijder en klimmer maken die zeven keer achter elkaar de gele trui op de Champs Elysees aan mag trekken.
Geldschieters zagen dat koersen misschien wel waren te manipuleren. Veel geld = veel doping = veel overwinningen. Het risico van de investering daalde, de opbrengst steeg. Belangen namen toe, sponsoren stonden te springen. Armstrong garandeerde een miljoenenindustrie aan fietsen, brillen en helmen in het onontgonnen Amerika. Niks romantiek, pure business.
Wagendorp vindt dat we Armstrong met rust moeten laten en doping in het wielrennen moeten accepteren. Hij vindt dat Hamilton en Landis zich onterecht opstellen als slachtoffers. Met dat laatste ben ik het hartgrondig eens. Alle toenmalige US Postal rijders hebben goed kunnen verdienen aan hun intimiderende baas en betuigden pas spijt toen dat onvermijdelijk werd. Bert Wagendorp vergeet echter de echte slachtoffers. Bijvoorbeeld Christophe Bassons, die de Tour van 1999 op verzoek van zijn ploegleider verliet nadat hij de prestaties van de Amerikaan in een column in twijfel had getrokken en door Armstrong geïntimideerd werd.
Hoe zou de mening van Bert luiden als Christophe Bassons, die Monsieur Clean werd genoemd, zijn zoon was geweest? Een zoon die droomde van een professionele carriere, maar die zijn integriteit bewaakte. Wat zou Bert Wagendorp tegen zijn zoon zeggen? Zoek maar een andere baan? Wagendorp bekijkt de situatie mijns inziens teveel vanuit het perspectief van de journalist, die 'leeft' van slecht nieuws en gebrek aan integriteit. Als iedereen alleen maar integer zou zijn zouden de kranten een stuk dunner worden. Een soort Sonja's Goed Nieuws Show.
Ik verwijt Armstrong niet zijn EPO-gebruik. Velen gingen hem voor en velen volgden hem. Wat ik hem (en vele anderen) verwijt zijn de maffiapraktijken waarmee hij de restjes integriteit in de sport wilde uitroeien. Als Armstong mijn zoon was zou ik hem het dopinggebruik nog kunnen vergeven. Ik zou wel moeten concluderen dat tijdens de opvoeding het onderwerp Gewetensvorming onvoldoende aan bod zou zijn gekomen.
De verwachting is dat Lance tijdens de opnames van zijn vraaggesprek met Oprah Winfrey geen volledige openheid van zaken zal geven. Hij zal toegeven zijn hele carriere doping te hebben gebruikt, maar zal geen boter bij de vis geven. Hij zal, tranen terugdringend, vertellen dat er geen andere manier was om als Amerikaan toe te treden tot het Europese coureursgilde. Enzovoort, enzovoort. Ik zal kijken.
Afgelopen zaterdag publiceerde de Volkskrant een stuk van Bert Wagendorp waarin hij het opneemt voor Armstrong. Hij vindt dat doping het wielrennen - met alle 'bovenmenselijke' inspanningen - geloofwaardig maakt en dat de verhalen over doping extra romantiek toevoegen aan de toch al zeer poetische sport. Ik ben het niet met hem eens.
Tot halverwege de jaren '80 ga ik nog een stuk met hem mee. Knullig gedoe met amfetamine en testosteron, hoewel ook toen waarschijnlijk slachtoffers zijn gemaakt. Ook toen voelden jonge talenten zich waarschijnlijk door trainers/begeleiders gedwongen om de spuit te pakken. Het probleem werd echter pas echt groot met de komst van EPO. Dat werkte echt, de meningen van professoren Cohen en Kuipers ten spijt! Kijk naar Lance Armstrong. Met EPO kun je van een talentvol renner voor de eendagskoersen een groot tijdrijder en klimmer maken die zeven keer achter elkaar de gele trui op de Champs Elysees aan mag trekken.
Geldschieters zagen dat koersen misschien wel waren te manipuleren. Veel geld = veel doping = veel overwinningen. Het risico van de investering daalde, de opbrengst steeg. Belangen namen toe, sponsoren stonden te springen. Armstrong garandeerde een miljoenenindustrie aan fietsen, brillen en helmen in het onontgonnen Amerika. Niks romantiek, pure business.
Wagendorp vindt dat we Armstrong met rust moeten laten en doping in het wielrennen moeten accepteren. Hij vindt dat Hamilton en Landis zich onterecht opstellen als slachtoffers. Met dat laatste ben ik het hartgrondig eens. Alle toenmalige US Postal rijders hebben goed kunnen verdienen aan hun intimiderende baas en betuigden pas spijt toen dat onvermijdelijk werd. Bert Wagendorp vergeet echter de echte slachtoffers. Bijvoorbeeld Christophe Bassons, die de Tour van 1999 op verzoek van zijn ploegleider verliet nadat hij de prestaties van de Amerikaan in een column in twijfel had getrokken en door Armstrong geïntimideerd werd.
Hoe zou de mening van Bert luiden als Christophe Bassons, die Monsieur Clean werd genoemd, zijn zoon was geweest? Een zoon die droomde van een professionele carriere, maar die zijn integriteit bewaakte. Wat zou Bert Wagendorp tegen zijn zoon zeggen? Zoek maar een andere baan? Wagendorp bekijkt de situatie mijns inziens teveel vanuit het perspectief van de journalist, die 'leeft' van slecht nieuws en gebrek aan integriteit. Als iedereen alleen maar integer zou zijn zouden de kranten een stuk dunner worden. Een soort Sonja's Goed Nieuws Show.
Ik verwijt Armstrong niet zijn EPO-gebruik. Velen gingen hem voor en velen volgden hem. Wat ik hem (en vele anderen) verwijt zijn de maffiapraktijken waarmee hij de restjes integriteit in de sport wilde uitroeien. Als Armstong mijn zoon was zou ik hem het dopinggebruik nog kunnen vergeven. Ik zou wel moeten concluderen dat tijdens de opvoeding het onderwerp Gewetensvorming onvoldoende aan bod zou zijn gekomen.
zondag 23 december 2012
Brief aan Boogerd
Beste Michael,
Het is kerstmis 2012, je hebt de kerstboom vast mooi opgetuigd. Toch denk ik niet dat je helemaal rustig bij het haardvuur zit. De afgelopen maanden moeten een hel zijn geweest. Nadat je stopte met wielrennen moet je gehoopt hebben op een rustiger bestaan. Je genoot natuurlijk met volle teugen van het verblijf tussen alle wereldsterren, maar wat kostte het een moeite om daar te komen en te blijven!
De EPO was nog gemakkelijk, ook het onder de 50 houden van je hematocriet had je vlot in de vingers. Die ergerlijke EPO-test verstoorde de status quo. Iedereen moest op zoek naar hobby-hematologen voor hand- en spandiensten. Het verval van Armstrong moet ook pijn hebben gedaan. Wat keek je tegen hem op en wat was je trots dat hij je een goeie peer vond. Jij wist ook wel dat de winst op La Plagne een cadeautje van de Texaan was. De manier waarop hij naar Sastre reed deed je de angst om het hart slaan. In een vloek en een zucht zou hij de Spanjaard achter zich laten en zich in je achterwiel nestelen. Hij zou wraak nemen op de manier waarop je hem de winst in de Amstel Gold Race had ontnomen. Maar nee, hij hield in en zei achteraf strelend: "Mike rode his ass off today, he deserved the win". Je glom.
De geruchten waren er al jaren, maar dit jaar stortte het kaartenhuis in. In de affaire Rasmussen kon je nog redelijk buiten schot blijven, hoewel niemand je echt geloofde toen je "Nee, nooit" antwoordde op de vraag van Mart of je ooit doping had gebruikt. Jammer dat Rasmussen geen deal kon sluiten met Rabo. Dat was voor iedereen beter geweest, mogelijk had het jou zelfs nog een baan binnen de ploegleiding opgeleverd. Waarom Erik Dekker wel en jij niet!?!? Bah!
Dan die ellendelingen Landis en Hamilton. De druppels die de emmer deden overlopen. De emmer liep niet alleen over, hij viel om.
Lance houdt vol, maar is van held in stakker veranderd. Beste Mike, volg zijn voorbeeld niet! Zelfs Mart schreef al zijn apologie in de vorm van een brief aan Armstrong. Een tikje ongeloofwaardig, maar hij probeert voor zichzelf te redden wat er te redden valt.
Stel je voor, Mike. Je gaat met Mart voor de camera zitten, doet jouw verhaal en wordt de Nederlandse Tyler Hamilton. De telefoon zal weer rinkelen als vroeger, je wordt weer een graag gezien gast op radio en TV. Een boek is onvermijdelijk. Niet dat immens treurige "Sterren dansen op ijs" of pathetische voornemens ooit een wielerploeg op te zetten.
Het is kerst, Mike. De timing zou perfect zijn.
Het is kerstmis 2012, je hebt de kerstboom vast mooi opgetuigd. Toch denk ik niet dat je helemaal rustig bij het haardvuur zit. De afgelopen maanden moeten een hel zijn geweest. Nadat je stopte met wielrennen moet je gehoopt hebben op een rustiger bestaan. Je genoot natuurlijk met volle teugen van het verblijf tussen alle wereldsterren, maar wat kostte het een moeite om daar te komen en te blijven!
De EPO was nog gemakkelijk, ook het onder de 50 houden van je hematocriet had je vlot in de vingers. Die ergerlijke EPO-test verstoorde de status quo. Iedereen moest op zoek naar hobby-hematologen voor hand- en spandiensten. Het verval van Armstrong moet ook pijn hebben gedaan. Wat keek je tegen hem op en wat was je trots dat hij je een goeie peer vond. Jij wist ook wel dat de winst op La Plagne een cadeautje van de Texaan was. De manier waarop hij naar Sastre reed deed je de angst om het hart slaan. In een vloek en een zucht zou hij de Spanjaard achter zich laten en zich in je achterwiel nestelen. Hij zou wraak nemen op de manier waarop je hem de winst in de Amstel Gold Race had ontnomen. Maar nee, hij hield in en zei achteraf strelend: "Mike rode his ass off today, he deserved the win". Je glom.
De geruchten waren er al jaren, maar dit jaar stortte het kaartenhuis in. In de affaire Rasmussen kon je nog redelijk buiten schot blijven, hoewel niemand je echt geloofde toen je "Nee, nooit" antwoordde op de vraag van Mart of je ooit doping had gebruikt. Jammer dat Rasmussen geen deal kon sluiten met Rabo. Dat was voor iedereen beter geweest, mogelijk had het jou zelfs nog een baan binnen de ploegleiding opgeleverd. Waarom Erik Dekker wel en jij niet!?!? Bah!
Dan die ellendelingen Landis en Hamilton. De druppels die de emmer deden overlopen. De emmer liep niet alleen over, hij viel om.
Lance houdt vol, maar is van held in stakker veranderd. Beste Mike, volg zijn voorbeeld niet! Zelfs Mart schreef al zijn apologie in de vorm van een brief aan Armstrong. Een tikje ongeloofwaardig, maar hij probeert voor zichzelf te redden wat er te redden valt.
Stel je voor, Mike. Je gaat met Mart voor de camera zitten, doet jouw verhaal en wordt de Nederlandse Tyler Hamilton. De telefoon zal weer rinkelen als vroeger, je wordt weer een graag gezien gast op radio en TV. Een boek is onvermijdelijk. Niet dat immens treurige "Sterren dansen op ijs" of pathetische voornemens ooit een wielerploeg op te zetten.
Het is kerst, Mike. De timing zou perfect zijn.
maandag 19 november 2012
Demasqué
Ik heb een afspraak in Amsterdam en rijd met 200 km/hr over de A2. Het gezelschap op de plaats van bestemming vindt dat ik er opvallend snel ben en complimenteert me uitbundig. Helaas hebben 27 mensen mij veel te hard zien rijden. Vijf ervan reden zelf ook te hard, maar zijn niet gepakt. Jammer genoeg ben ik wel drie keer geflitst, en hoewel duidelijk is dat het om mij gaat zijn de foto's door technische onvolkomenheden een tikje onscherp. Ik ontken en huur prof. mr. Geert-Jan Knoops in als advocaat.
"Geert-Jan Knoops is hoogleraar internationaal recht en advocaat bij Knoops' advocaten te Amsterdam". Dat stond onder het opiniestuk over de affaire Armstrong in de NRC van afgelopen weekend (pagina 13). Hoogleraar. Professor Knoops. Het MOET dus wel waar zijn wat hij zegt. Kan niet anders, hij heeft er immers voor doorgeleerd.
Knoops vindt dat het bewijs tegen Armstrong op eerlijke wijze moet zijn verkregen en dat Armstrong een eerlijke kans moet krijgen zich te verdedigen. Het bewijs uit de gigantische hoeveelheid getuigenverklaringen wordt volgens hem ten onrechte geacht ondersteund te worden door verdachte bloedwaarden waarbij een "ongebruikelijke" antidopingtest is gebruikt. Als argument voor de verdediging voert Knoops de "500 à 600" negatieve dopingtests aan, die Armstrong tijdens zijn carriere onderging.
De hoogleraar Internationaal Recht is slecht ingelezen. Het getal van 500-600 komt van Armstrong zelf en zijn advocaten. Kritisch onderzoek toonde aan dat hij niet 500-600, maar 'slechts' een stuk of 250 (maximaal). Hij vergeet ook dat inmiddels een heel peloton aan renners dope-gebruik heeft toegegeven, zonder ooit positief te zijn bevonden. Verschillende onderzoekers vinden overigens de gebruikte dopingtest helemaal niet ongebruikelijk. Knoops stelt zich op als een echte jurist door de test "ongebruikelijk" te noemen in de periode tussen wetenschappelijk geaccepteerd en juridisch aanvaardbaar. Wetenschappelijke onderzoekers zoals onder andere Michael Ashenden (47 wetenschappelijke publicaties op gebied van doping) zijn het niet met hem eens.
Professor Knoops vindt het verder onaanvaardbaar dat vijf ploeggenoten hun verklaringen hebben afgelegd in ruil voor strafvermindering. Gebeurt dacht ik wel vaker, maar goed, we strepen ze door. Houden we over: min of meer identieke of elkaar ondersteunende verklaringen van 22 individuen. Twee-en-twintig!
Tenslotte is onze hoogleraar van mening dat de USADA-regels niet deugen. Het feit dat Armstrong zich niet verdedigt mag niet worden geïnterpreteerd als een schuldbekentenis. Dat hoeft ook niet - er is genoeg ander bewijs - maar hij vergeet dat Armstrong diezelfde regels ieder jaar accepteerde en onderschreef bij de aanvraag van zijn licentie. Sterker nog, Armstrong was zelfs indirect betrokken bij de opstelling ervan.
Ik denk dat Geert-Jan haast had. Beter was het geweest nog even achter de oren te krabben, alle informatie tot zich te nemen en het stuk eens te herlezen. Dan had hij ook publicatie van de joekel van een taalfout in de eerste regel van de tweede alinea kunnen voorkomen.
"Geert-Jan Knoops is hoogleraar internationaal recht en advocaat bij Knoops' advocaten te Amsterdam". Dat stond onder het opiniestuk over de affaire Armstrong in de NRC van afgelopen weekend (pagina 13). Hoogleraar. Professor Knoops. Het MOET dus wel waar zijn wat hij zegt. Kan niet anders, hij heeft er immers voor doorgeleerd.
Knoops vindt dat het bewijs tegen Armstrong op eerlijke wijze moet zijn verkregen en dat Armstrong een eerlijke kans moet krijgen zich te verdedigen. Het bewijs uit de gigantische hoeveelheid getuigenverklaringen wordt volgens hem ten onrechte geacht ondersteund te worden door verdachte bloedwaarden waarbij een "ongebruikelijke" antidopingtest is gebruikt. Als argument voor de verdediging voert Knoops de "500 à 600" negatieve dopingtests aan, die Armstrong tijdens zijn carriere onderging.
De hoogleraar Internationaal Recht is slecht ingelezen. Het getal van 500-600 komt van Armstrong zelf en zijn advocaten. Kritisch onderzoek toonde aan dat hij niet 500-600, maar 'slechts' een stuk of 250 (maximaal). Hij vergeet ook dat inmiddels een heel peloton aan renners dope-gebruik heeft toegegeven, zonder ooit positief te zijn bevonden. Verschillende onderzoekers vinden overigens de gebruikte dopingtest helemaal niet ongebruikelijk. Knoops stelt zich op als een echte jurist door de test "ongebruikelijk" te noemen in de periode tussen wetenschappelijk geaccepteerd en juridisch aanvaardbaar. Wetenschappelijke onderzoekers zoals onder andere Michael Ashenden (47 wetenschappelijke publicaties op gebied van doping) zijn het niet met hem eens.
Professor Knoops vindt het verder onaanvaardbaar dat vijf ploeggenoten hun verklaringen hebben afgelegd in ruil voor strafvermindering. Gebeurt dacht ik wel vaker, maar goed, we strepen ze door. Houden we over: min of meer identieke of elkaar ondersteunende verklaringen van 22 individuen. Twee-en-twintig!
Tenslotte is onze hoogleraar van mening dat de USADA-regels niet deugen. Het feit dat Armstrong zich niet verdedigt mag niet worden geïnterpreteerd als een schuldbekentenis. Dat hoeft ook niet - er is genoeg ander bewijs - maar hij vergeet dat Armstrong diezelfde regels ieder jaar accepteerde en onderschreef bij de aanvraag van zijn licentie. Sterker nog, Armstrong was zelfs indirect betrokken bij de opstelling ervan.
Ik denk dat Geert-Jan haast had. Beter was het geweest nog even achter de oren te krabben, alle informatie tot zich te nemen en het stuk eens te herlezen. Dan had hij ook publicatie van de joekel van een taalfout in de eerste regel van de tweede alinea kunnen voorkomen.
maandag 29 oktober 2012
Luis in de pels
Afgelopen week vond in Parijs de presentatie van het parcours van de Tour van 2013 plaats. Geweldige ronde, twee keer Alpe d'Huez, Mont Ventoux. Het kan niet op. Helaas geen Bradley Wiggins, die kiest voor de Giro. De presentatie werd uiteraard volledig overschaduwd door de affaire rond US Postal en het USADA rapport.
Journalisten hebben veel te verduren gehad de afgelopen weken. Ze werden beschuldigd van het achterwege laten van kritische vragen aan wielrenners zoals Armstrong. Een aantal kranten reageerde door een manifest te schrijven waarin ze beloven te vechten voor een schone sport. Gio Lippens schreef vandaag op zijn blog dat hij dat onzin vindt; journalisten moeten juist onafhankelijk zijn, moeten een "luis in de pels" zijn. Hij vindt dat de kranten in kwestie (Gazzetta dello Sport, l'Equipe en Het Nieuwsblad) teveel commerciele belangen hebben om een dergelijke rol te vervullen.
Mijns inziens zijn die kranten juist gebaat bij schone sport. De dopingaffaires schrikt sponsors af en brengt de door de kranten georganiseerde/gesponsorde wedstrijden in gevaar. Bovendien lijken de meeste journalisten de 'luis-in-de-pels' functie te zijn vergeten. Ze verwarren journalistieke 'veroordeling' met juridische aanklacht. Niet helemaal onbegrijpelijk, gezien de claim die ook Armstrong tegen de Sunday Times indiende (en die geschikt werd voor een miljoen dollar). Slechts een handjevol journalisten, de types Paul Kimmage, David Walsh en Mark Miserus zijn hun vak trouw.
Laten we Contador als voorbeeld nemen. Nog steeds zijn er journalisten die het belachelijk vinden dat Contador geschorst werd in verband met de kleine hoeveelheid clenbuterol die in zijn bloed werd gevonden. Ze namen kritiekloos zijn idiote verklaring van de besmette biefstuk over. Dat er in Europa al jarenlang geen clenbuterol meer in koeienbiefstuk wordt gevonden, schoven ze terzijde. Veel deden net of Contador jarenlang voorbeeld heeft gestaan voor de Schone Wielrenner. Ze vergeten een aantal dingen:
- Een van Contadors beste vrienden en persoonlijke trainer is Pepe Marti, de drugsrunner van US Postal (nu levenslang geschorst door USADA).
- Contador reed bij Once, Liberty Seguros, Discovery Channel, Astana, Saxo Bank. Ploegleiders respectievelijk Manolo Saiz, Johan Bruyneel en Bjarne Riis. Need I say more?
- De initialen AC werden gevonden op een bloedzak bij Fuentes.
- Contador deed (in dienst van Johan Bruyneel) samen met Rasmussen een sprintje bergop in een Pyreneeen-rit in 2006. "Not normal", zou Armstrong zeggen.
- In het 'clenbuterol-bloed' werd een hoge concentratie plastificeerder gevonden. Niet op dopinglijst, maar kan alleen in het bloed komen na een transfusie.
- In een interview van vorige week zei Alberto dat hij het bewijs tegen Armstrong niet overtuigend vond, want volgens hem alleen gebaseerd op getuigenverklaringen.
Welke 'luis in de pels' gelooft nog in Contadors onschuld en is bereid met wat kritische vragen de stralende glimlach van Alberto te doorbreken?
Journalisten hebben veel te verduren gehad de afgelopen weken. Ze werden beschuldigd van het achterwege laten van kritische vragen aan wielrenners zoals Armstrong. Een aantal kranten reageerde door een manifest te schrijven waarin ze beloven te vechten voor een schone sport. Gio Lippens schreef vandaag op zijn blog dat hij dat onzin vindt; journalisten moeten juist onafhankelijk zijn, moeten een "luis in de pels" zijn. Hij vindt dat de kranten in kwestie (Gazzetta dello Sport, l'Equipe en Het Nieuwsblad) teveel commerciele belangen hebben om een dergelijke rol te vervullen.
Mijns inziens zijn die kranten juist gebaat bij schone sport. De dopingaffaires schrikt sponsors af en brengt de door de kranten georganiseerde/gesponsorde wedstrijden in gevaar. Bovendien lijken de meeste journalisten de 'luis-in-de-pels' functie te zijn vergeten. Ze verwarren journalistieke 'veroordeling' met juridische aanklacht. Niet helemaal onbegrijpelijk, gezien de claim die ook Armstrong tegen de Sunday Times indiende (en die geschikt werd voor een miljoen dollar). Slechts een handjevol journalisten, de types Paul Kimmage, David Walsh en Mark Miserus zijn hun vak trouw.
Laten we Contador als voorbeeld nemen. Nog steeds zijn er journalisten die het belachelijk vinden dat Contador geschorst werd in verband met de kleine hoeveelheid clenbuterol die in zijn bloed werd gevonden. Ze namen kritiekloos zijn idiote verklaring van de besmette biefstuk over. Dat er in Europa al jarenlang geen clenbuterol meer in koeienbiefstuk wordt gevonden, schoven ze terzijde. Veel deden net of Contador jarenlang voorbeeld heeft gestaan voor de Schone Wielrenner. Ze vergeten een aantal dingen:
- Een van Contadors beste vrienden en persoonlijke trainer is Pepe Marti, de drugsrunner van US Postal (nu levenslang geschorst door USADA).
- Contador reed bij Once, Liberty Seguros, Discovery Channel, Astana, Saxo Bank. Ploegleiders respectievelijk Manolo Saiz, Johan Bruyneel en Bjarne Riis. Need I say more?
- De initialen AC werden gevonden op een bloedzak bij Fuentes.
- Contador deed (in dienst van Johan Bruyneel) samen met Rasmussen een sprintje bergop in een Pyreneeen-rit in 2006. "Not normal", zou Armstrong zeggen.
- In het 'clenbuterol-bloed' werd een hoge concentratie plastificeerder gevonden. Niet op dopinglijst, maar kan alleen in het bloed komen na een transfusie.
- In een interview van vorige week zei Alberto dat hij het bewijs tegen Armstrong niet overtuigend vond, want volgens hem alleen gebaseerd op getuigenverklaringen.
Welke 'luis in de pels' gelooft nog in Contadors onschuld en is bereid met wat kritische vragen de stralende glimlach van Alberto te doorbreken?
woensdag 24 oktober 2012
Nationale trots
Pat McQuaid opperde kort na het bekend worden van het USADA rapport dat het misschien tijd wordt voor een soort waarheidscommissie. Alle renners die iets op te biechten hebben zouden zonder angst voor represailles voor de commissie kunnen verschijnen, teneinde schoon schip te maken met het verleden. Hij trok het plan vrij snel weer in. Het lijkt me ook niet haalbaar. Anders dan bij de waarheidscommissie die na de val van het apartheidsregime werd ingesteld in Zuid-Afrika, hebben spijtoptanten in het wielrennen niets te winnen en alles te verliezen
KNWU voorzitter Marcel Wintels vindt het idee wel aantrekkelijk. Als een van de weinige personen in de wielersport lijkt Wintels een integere man. Hij stelde voor om bij gebrek aan internationale waarheidscommissie dan maar een nationale commissie in te stellen, om in ieder geval het vertrouwen van het Nederlandse publiek trachten terug te winnen.
In de NRC van 23 oktober bleek dat Wintels niet alleen staat. Ook ex-coryfee Michael Boogerd vindt het een prima plan: "Als er zo'n commissie komt, dan ga ik zitten. Laten iedereen zijn verhaal doen." Ik vraag me af hoe ik zou antwoorden, als ik - naar eigen zeggen - mijn hele leven nooit doping had gebruikt en er bij de Rabobank ook nooit iets van gezien of gehoord had. "Ik ga zitten" zou niet mijn eerste reactie zijn. Meer van: "ik zou wel benieuwd zijn" of iets dergelijks.
Ik geef toe dat ik tot enkele jaren geleden veel wielrenners wantrouwde, maar niet onze eigen Michael Boogerd. Zo'n charmante knul, zo openhartig en ontwapenend. Die moest wel integer zijn. Dat Boogerd onze enige hoop in bange wielrendagen was zal meegespeeld hebben. Die anderen gebruiken, toch niet onze Boogie!!
Boogerd fietste van 1993 tot 2007, een prachtige tijd. Hij reed sinds 1996 voor Rabobank, in gezelschap van onder andere Rasmussen, Dekker, Leipheimer, Menchov en Sanchez. Een kleine greep uit zijn grote hoeveelheid uitslagen:
- 1998 Tour de France: Pantani, Ullrich, Julich, Rinero, Boogerd
- 1999, Amstel Gold Race: Boogerd, Armstrong, Misaglia
- 1999, LBL: Vandenbroucke, Boogerd, Den Bakker
- 2003, Amstel Gold Race: Vinokourov, Di Luca, Boogerd
- 2004, LBL: Rebellin, Boogerd, Vinokourov
- 2004, Ronde van Lombardije: Cunego, Boogerd, Basso
- 2005, Amstel Gold Race: Di Luca, Boogerd, Celestino
Goed gezelschap, zou ik zeggen.
Abonneren op:
Posts (Atom)



.jpeg)
