Harry Koene

Mijn foto
Netherlands
Fietsfreak, mooi-weer fietser. Liefst bergop, maar op vlakke beter. Zelfbenoemd EPO-kenner

vrijdag 4 september 2020

Angst

De winnaar van de Tour-etappe naar Mont Aigoual van gisteren was Lutsenko. Hij demarreerde op 4 km voor de finish uit een kopgroep en won. Soeverein. De echte winnaar was eigenlijk Herrada. Lutsenko had het gemakkelijk, die reed vooraan. Herrada werd in de voorlaatste beklimming gelost, kwam terug en gaf niet op toen Lutsenko van hem weg reed. Hij werd kansloos tweede. Waarom reed hij door? Hoopte hij op een implosie van Lutsenko of dacht hij “als ik pijn heb, heeft hij het ook”? Al mijn dopingkritiek en scepsis verbleekt bij het zien van Herrada.

Mijn wielercarrière begon als puber in de Nijmeegse heuvels. Met een vriendje reed ik rond Groesbeek en Ubbergen, waar de korte klimmetjes werden gebruikt om onze veren te laten zien. L was altijd beter, ook toen ik kotsend bovenaan de Nieuwe Holleweg in Berg en Dal stond uit te hijgen. Alleen de derde dag van de Nijmeegse Fietsvierdaagse was het feest. De klim naar Park Tivoli – een loper – was voor mij. Het “godverdomme!!” in mijn rug bracht mij in extase.

Afgelopen weekend reed ik met een vrienden in de Ardennen. De cyclosportieve Velomediane Claudy Criquilion ging niet door als eendaagse wedstrijd, maar kon verreden worden op een zelfgekozen moment in de zomer. In de afgelopen jaren reed ik vooraan in onze groep. Dat had niets met mijn talent te maken, maar kwam doordat de anderen wat achteroverleunden. Eerder moest ik altijd en overal mijn meerdere erkennen in R (en zijn tweelingbroer E), die langzaam verveeld raakte door de overwinningen en tijdens fietstochten steeds vaker interesse had voor vogels en bermbloemen. Na een onhandige valpartij een aantal jaar geleden besloot hij de boel weer wat serieuzer te benaderen. Ik rook direct onraad en probeerde krampachtig trainend mijn lichte voorsprong vast te houden.

Op zaterdag in La Roche brak het onvermijdelijke moment aan. Een dag eerder reden we wiel aan wiel een beklimming op en kon ik R nog net afschudden. Het verschil was veel te klein en mijn eerder boven komen deed veel te veel pijn. Hoewel we huichelachtig afspraken om het tijdens de 167 km lange tocht van zaterdag niet al te gek te maken, was het op de eerste klim meteen bal. R gebruikte een steil stuk, zijn lagere gewicht, maar vooral zijn surplus aan talent om ons hulpeloos achter te laten. Hoewel het verschil niet groot was, was de boodschap luid en duidelijk overgekomen. R had in kraakheldere taal laten weten dat de juiste verhoudingen waren hersteld.

De rest van de dag verliep tamelijk ontspannen. Waar ik het als puber steeds opnieuw probeerde, nestelde ik me nu comfortabel tussen de achtervolgers. R lachte me uit. Met mij zou het – ook op mijn 52e – nooit wat worden. Niet omdat hij beter was, maar omdat ik zo snel de handdoek wierp. Geen angst om te verliezen, maar angst om de strijd aan te gaan. Als je weet dat je de sterkste bent is het gemakkelijk om diep te gaan. Dat is anders als het spannend is.

vrijdag 19 mei 2017

Actieplan tegen doping

Ik ben tegen gebruik van doping in de sport. Dat is niet per se omdat het gebruikende sporters een voordeel biedt ten opzichte van niet-gebruikende sporters. Sport is oneerlijk. Het is oneerlijk dat ik niet langer ben dan 1.91 meter en mijn zwager een gedroomde 2.03 meet, terwijl die NIETS om basketbal geeft. Wedstrijdsport is juist bedoeld om die fysieke verschillen te laten zien. Nee, ik ben tegen dopinggebruik omdat het vals spelen is. Als ik met mijn kinderen een potje toep en steeds win omdat zij het pas voor de eerste keer spelen, is dat misschien oneerlijk. Vals spelen is het pas als ik steeds alle tienen op mijn knieën leg. Wijdverbreid gebruik van doping ontneemt kansen aan sporters die niet vals willen spelen. Christophe Bassons weigerde eind jaren '90 EPO te nemen en verloor een carrière in de wielersport.

Hoe moet het verder? Doping is alomtegenwoordig. Rusland is echt niet het enige probleemland en  meldonium echt niet het enige middel dat kon worden genomen zonder dat de dopingregels werden overtreden. Bloedtransfusies waren ook lange tijd niet verboden en werden uitgebreid toegediend, onder anderen aan onze Joop Zoetemelk en de achtervolgingsploeg van de Verenigde Staten in 1984. De controle-instanties lopen achter de feiten aan en moeten inzien dat het goedmaken van de achterstand onmogelijk is.

Als eerste komt er een verbod op de ploegarts. Het aanstellen van een ploegarts is per definitie prestatieverhogend bedoeld en dus ongewenst. Als een renner/atleet zo ziek is dat hij/zij een dokter nodig heeft, kan hij/zij niet trainen of meedoen aan wedstrijden. Terugkeer naar wedstrijdsport is dan alleen mogelijk na herkeuring door een onafhankelijk en ter zake deskundige arts. Bij valpartijen en neusverkoudheden er een ronde-arts die schaafwonden behandelt en neusdruppels kan geven. Ik ben beschikbaar.

Dispensatie kan worden verleend, maar alleen in het openbaar en kan alleen worden aangevraagd door een van tevoren vastgestelde groep van artsen, die uiteraard geen relatie met de atleet of ploeg mogen hebben. Mocht de atleet ervoor kiezen dat openbare dispensatie onwenselijk is dan zal hij/zij moeten afzien van deelname aan wedstrijden.

Verder moeten we de dopinglijst uitbreiden. Nu staan alleen middelen erop die in potentie prestatieverhogend zijn. Mijn voorstel is om alle medicijnen in de lijst op te nemen. Atleten zijn gezond en hebben geen pillen nodig. Een middel kan alleen van de dopinglijst worden afgevoerd als onomstotelijk vaststaat dat het de prestatie NIET verbetert. De bewijslast hiervoor ligt bij de sporter die het middel graag wil gebruiken. Over de definitie van medicijn moet dan nog worden gediscussieerd, het criterium dat er een doktersrecept nodig is lijkt mij onvoldoende. EPO was vroeger zonder recept af te halen bij de apotheek en is nog steeds voor iedereen te bestellen via internet.

Echte kwakzalverij zoals homeopathie, osteopathie en acupunctuur voldoen al aan het criterium van bewezen ineffectiviteit en hoeven niet op de dopinglijst te worden genoemd, hoewel de laatste methode lastig is te rijmen met een 'no-needle policy'. Evenmin hoeft de dopinglijst te worden aangevuld met abstinerende maatregelen, zoals bijvoorbeeld het hanteren van een glutenvrij dieet. Tennisser Novak Djokovic zweert erbij, maar ik betwijfel of het iets met zijn goede prestaties te maken had.

Probleem is natuurlijk de controle. Hoe zorg je ervoor dat iedereen zich aan de regels houdt en je bij overtreding niet verzandt in juridisch steekspel?

Ach, laat ook maar.

donderdag 18 mei 2017

Evolutie

Bas Haring schreef in 2001 het boek Kaas en de Evolutietheorie. Het boek kreeg een prijs voor het beste kinderboek, maar is ook voor volwassenen een absolute aanrader als (bij)scholing in de mechanismen van natuurlijke selectie. Zo legt hij uit hoe het komt dat alle beren geile beren zijn. Dat komt niet doordat geil zijn beter is voor een beer dan - schrijft hij - in het weiland liggen dromen met een strootje tussen de tanden. Het probleem voor de beer die ligt te lanterfanten en slechts naar de vogeltjes kijkt is dat hij niet erg bezig is met het creëren van nageslacht en dat daardoor zijn dromerige genen niet doorgeeft. De genen die maken dat geile beren geile beren zijn doen het natuurlijk uitstekend in dat opzicht.

Natuurlijke selectie heeft niets te maken met goed en kwaad. Genetische kenmerken, zowel de goede als de kwade, persisteren in een populatie als ze voor meer nageslacht zorgen dan 'concurrerende' eigenschappen. Degene die het meest geschikt is voor de taak (of eigenlijk: wiens genenpakket het meest geschikt is) zal boven komen drijven.

Voor topsporters gelden strenge selectiecriteria. Om de top te bereiken zal aan een lange lijst van eisen moeten worden voldaan. Allereerst een enorme hoeveelheid talent. Talent voor het bereiken van de top wordt naar mijn stellige overtuiging niet alleen verklaard door een optimale combinatie van fysieke eigenschappen. Talent bestaat voor een aanzienlijk deel uit doorzettingsvermogen, de wil om keihard voor iets te trainen (of te studeren). Talent voor het bespelen van een instrument is niets waard als je niet oefent. En bij Isaiah Thomas, point guard van de Boston Celtics, was het niet zijn lengte (hij is 1.75 meter lang), maar zijn vasthoudendheid die maakte dat hij tot de top van de NBA behoort.

Een zeldzame hoeveelheid talent en doorzettingsvermogen zijn noodzakelijk, maar niet voldoende. Ouders die het geen probleem vinden om vele malen per week zoon- of dochterlief naar het veld of de zaal te vervoeren zijn zeker zo belangrijk. De wil om te winnen en grote ergernis en woede bij verlies zijn eveneens selectiecriteria. Je hoort sporters (of hun coaches) in interviews wel eens suggereren dat hun overwinning het gevolg was van een enorme 'honger' naar de zege. Hoewel de meeste sportinterviews niet uitblinken in veelzeggendheid, is dit wel een van de meest onbenullige opmerkingen die ik hoor. Als je als sporter niets geeft om winnen zul je best plezier hebben, maar de top bereik je niet.


Naar mijn mening is er nog een selectiecriterium dat een sporter nodig heeft om een winnaar te worden. Het zal niemand verbazen dat ik denk dat dat doping is.

Eigenlijk bedoel ik niet doping an sich. Ik bedoel dat degenen die de top willen bereiken er ALLES voor over moeten hebben. Dus opoffering en afzien, maar ook alle andere zaken die maken dat je net iets beter bent dan je concurrentie. Tijdrekken bij een voorsprong bijvoorbeeld, ondanks het striemende fluitconcert dat over je heen wordt gestort.

Ik denk dat de meeste sporters bij de start van hun carrière geen doping willen gebruiken, uitzonderingen als Marco Pantani daargelaten. Die gebruikte in zijn jeugdjaren al busladingen vol stimulantia. Naarmate het talent meer en meer tot bloei komt wordt de druk op 'die extra stap' groter. De sporters zonder scrupules of geweten hebben het daarbij het gemakkelijkst. Die hebben een 'ten-koste-van-alles-instelling' en zien geen verschil tussen superlichte marathonschoenen, een superaerodynamische helm of een kuurtje EPO. Kijk naar Maria Sharapova. Zij gebruikte meer dan 10 jaar een prestatiebevorderend middel dat oorspronkelijk bedoeld is voor patiënten met hartfalen en gelooft echt dat zij onterecht geschorst is.


Ik geloof dat de meeste mensen een vrij redelijk ontwikkeld gevoel van goed en kwaad hebben. Argumenten voor oorspronkelijk integere sporters om toch doping te gaan gebruiken zijn er te over: alle anderen doen het, het middel staat niet op de lijst (dus het is geen doping) of er is een relatieve onmogelijkheid tot carrièreswitch bij het handhaven van een al te streng geweten. Geld is mijns inziens soms wel een argument, maar niet het sterkste. Geld gaat meestal pas een rol spelen als de top al bereikt is.

Beter willen zijn dan de ander zit in ons genenpakket ingebakken. Kijk maar naar kinderen die een potje Stratego spelen. Je hoeft nooit lang te wachten op stiekeme verplaatsing van de Vlag als de tegenstander even niet kijkt....

dinsdag 5 juli 2016

En toch werkt het!

De afgelopen maanden vond in het Center for Human Drug Research (CHDR) een onderzoek plaats naar het prestatiebevorderende effect van EPO. Hoogleraar Klinische Farmacologie en CEO van het CHDR Adam Cohen vroeg zich af of het effect van erythropoietine op de inspanningstolerantie niet wordt overdreven en niet voornamelijk wordt bepaald door een placebo-effect. In een zeer grondig overzichtsartikel van Heuberger (zet je schrap, het is vrij technisch) wordt de beschikbare literatuur op een rij gezet. De insteek is kritisch: EPO is steeds in de verkeerde groep onderzocht, de studies zijn van lage kwaliteit en het effect kan op fysiologische gronden niet groot zijn.

Hun ideaal was om het effect van EPO dubbelblind, placebo-gecontroleerd te onderzoeken in een groep elite-wielrenners. Dat bleek een utopie; professionele wielrenners waren niet beschikbaar. 'Second best' bleek een groep van 48 goed getrainde wielrenners. Zij kregen placebo of EPO toegediend en ondergingen gedurende een aantal weken uitgebreide inspanningstesten om het effect van EPO op de prestatie te beoordelen. Prachtig onderzoek.

Als klap op de vuurpijl werd de groep begin juni de Mont Ventoux opgejaagd en werden de klimtijden vastgelegd. Deze laatste onderzoeksdag was uitgebreid in het nieuws. Wat bleek: de EPO-gebruikers waren gemiddeld ruim een halve minuut langzamer dan de placebo-groep. De onderzoekers zullen met dat resultaat erg tevreden zijn geweest. Ze hadden een voorschot op de uitkomst genomen door te suggereren dat het EPO-effect toch vooral inbeelding was en hadden een persbericht rondgestuurd om cameraploegen te verleiden de beklimming van de Ventoux vast te leggen

Het leverde leuke tv op, maar ik blijf vooral zitten met de vraag waarom de onderzoekers voor deze manier van presentatie hebben gekozen. Zij weten zelf ook dat de klimtijden an sich niet zo informatief zijn. Het gaat erom of de prestatie van individuele wielrenners verbetert onder invloed van EPO. Iedereen snapt dat het niet gaat om de verschillen tussen de wielrenners. Als ik en mijn zoon (10 jr) een wedstrijdje doen maakt het (nu nog) niet uit op welke fiets ik rij. Voorlopig versla ik hem nog. Volgens Cohen c.s. moet je dan de conclusie trekken dat het soort fiets niet uitmaakt. Het zit allemaal tussen de oren. Toch zou mijn zoon harder gaan als hij zijn dikke-banden-model zou inruilen voor een racemonster. Ter illustratie: de snelste deelnemer ging in 1 uur en 10 minuten (!!) naar boven, terwijl Mark de Bruijn (journalist EenVandaag) 1 uur en 47 minuten nodig had. De vraag rijst of de groepen überhaupt wel onderling vergelijkbaar waren. Het record is overigens sinds 2004 in handen van Iban Mayo met 55 minuten. Iban werd in 2007 betrapt op het gebruik van EPO.

Het hele idee om (goed en serieus opgezet) onderzoek te laten culmineren in een wedstrijdje Ventoux doet vermoeden dat de groep behoefte had aan media-aandacht. Waarom? Waarom niet in alle stilte het onderzoek uitvoeren, de resultaten analyseren en wachten tot de resultaten 'peer reviewed' zijn gepubliceerd? Dat is de gebruikelijke praktijk in de medische wetenschap. Als de onderzoekers zichzelf serieus nemen, zullen ook zij van mening zijn dat de (suggestie van een) conclusie dat EPO niet werkt op zijn minst prematuur te noemen is

Mijns inziens is het bewijs voor het prestatiebevorderende effect van EPO overtuigend. Niet alleen getuigenissen van wielrenners, maar ook het beschikbare wetenschappelijke onderzoek laat weinig ruimte voor twijfel. Toegegeven, onderzoek bij professionele wielrenners ontbreekt, maar het huidige onderzoek zal - begrijpelijkerwijs - ook dat probleem niet oplossen. Ik kijk uit naar de publicatie, maar zal door manier van presentatie de gegevens extra kritisch benaderen.

zaterdag 12 maart 2016

Meldonium 2

Een greep uit de interessante citaten van de afgelopen dagen.


1. Ivar Kalvins, Lets wetenschapper en ontdekker van het spul; "Het opnemen van meldonium op de dopinglijst is een politieke beslissing [...]. Meldonium heeft geen effect op de prestaties [...], maar beschermt de sporter tegen overbelasting en stress"

  • Uitzonderlijk kromme redenering. Bescherming tegen overbelasting en stress (beide over het algemeen als prestatieverlagend beschouwd) is kennelijk niet prestatieverhogend. Daarnaast, als meldonium geen (vermeend) effect heeft op de prestatie, waarom zouden sporters het dan nemen? En als het toch geen effect heeft, dan is plaatsing op de lijst toch geen probleem?


2. Harm Kuipers, gepensioneerd hoogleraar Bewegingswetenschappen en Armstrong apologeet: "Prestatieverhogende effect van meldononium zijn bewezen".

  • Hoewel strikt genomen misschien juist, valt op deze stelling nog wel wat af te dingen. Nikolaj Volkov zag positieve resultaten op het uithoudingsvermogen van een kleine groep atleten en bij proefdieren waren de resultaten overtuigend. Belangrijker is echter dat wetenschappelijk bewijs geen criterium is voor plaatsing van middelen op de dopinglijst. Ze komen er op als WADA van mening is dat er in potentie een effect is.


3. Maria Sharapova: "Ik gebruik meldonium al 10 jaar voor allerlei gezondheidsproblemen zoals griepachtige en diabetesachtige symptomen"

  • De indicatie voor meldonium is angina pectoris en hartfalen, diabetes en griep (!!) staan er niet bij. En tussen twee haakjes: misschien is het goed om alle dispensaties die je voor het middel kreeg even te laten zien.


4. (opnieuw) Maria Sharapova: "Ik ben tenminste eerlijk. Ik zal niet net doen alsof ik geblesseerd ben en de waarheid verhullen omtrent de test."

  • Kennelijk wordt dat als serieuze optie beschouwd.

5. Coach van Bulgaarse biathlonteam: "Er bestaan middelen die 100x krachtiger zijn dan meldonium, maar die niet op de dopinglijst staan".

  • Mmmm. OK. Dus.


6. Sergei Lavrov, minister van Buitenlandse Zaken, Rusland: "Verbod op meldonium is onredelijk".

  • Huh? Ehhh, waarom precies, excellentie?

7. Vital Moetko, minister van Sport, Rusland: "Sporen van meldonium blijven kennelijk langer in het lichaam dan gedacht".
  • Sporters kregen al vanaf najaar 2015 te horen (bij herhaling) dat het middel op de dopinglijst zou komen in 2016. De halfwaardetijd van meldonium is 5-6 uur. Na 4 dagen is van 500 mg nog 0.008 mg over, na een week 0.0000018 mg.

donderdag 10 maart 2016

Dromen

Bijltjesdagen in de sportwereld. Meldonium richt een slagveld aan onder sporters. Ik help u even op weg. Meldonium is een middel dat in Oost-Europa wordt voorgeschreven aan patienten met angina pectoris, pijn op de borst door tekort aan zuurstof van de hartspier. De oorzaak ervan is meestal 'aderverkalking' van de kransslagaders als gevolg van bijvoorbeeld roken, hoge bloeddruk of hoog cholesterol. In 2005 werd beschreven dat meldonium de inspanningstolerantie verbetert bij patienten met hartfalen na een hartinfarct.

Hoewel meldonium dus een positief effect lijkt te hebben op de inspanningstolerantie, verscheen het pas 1 januari 2016 op de dopinglijst van de WADA. In de afgelopen weken werd een legioen aan vooral Russische sporters betrapt op het gebruik ervan, onder wie tennisster Maria Sharapova. Zij vertelde zonder schaamte al tien jaar meldonium te gebruiken. Tien jaar. Sinds haar 18e! Heel kort na de eerste publicatie begon zij dus met inname. Zij vertelde het te gebruiken op advies van haar huisarts in verband met een aantal gezondheidsproblemen, waaronder suikerziekte. Het advies van haar media-adviseur zal zijn geweest: "verzin maar iets, maakt niet uit wat; ze geloven het toch wel".

Andere slachtoffers van de meldonium tsunami waren onder anderen schaatser Kulizhnikov, volleyballer Alexander Markin en een zooitje biatleten. Hongaarse basketbalster Anna Petrakova legde uit dat iedereen van haar team meldonium kreeg om de hartspier te beschermen, maar dat het de prestatie ZEKER NIET verbeterde. Goed te horen.

Ik vermaak me weer kostelijk, zeker ook als ik alle steunbetuigingen van haar collegae en fans zie.

Voor sporters is een middel pas doping is als het op de dopinglijst staat. Een (vermeend) prestatieverhogend middel dat niet op de lijst staat is een 'supplement' en is dus prima. Dat moet ook de oorzaak zijn van het zo overtuigend ontkennen van dopinggebruik van veel sporters. Het kunnen niet allemaal geboren leugenaars zijn. Ze moeten echt zelf overtuigd zijn van het feit dat ze niets fout doen. De integriteit gaat niet verder dan een jaarlijks veranderend lijstje van de WADA, dat bij publicatie al lichtjaren achterloopt. De Russen konden meldonium tien jaar gebruiken voordat het op de lijst kwam. Ter vergelijk, EPO kon in 1983 al in grote hoeveelheden worden geproduceerd, maar de opsporingstest werd pas in het jaar 2000 ingevoerd.

Dromen zijn bedrog. De droom dat profwielrenners schoon de berg oprijden blijkt bedrog. Net zoals de droom dat wielrennen de enige sport is waar doping wordt gebruikt. Ook iedereen die denkt dat het een Russisch probleem is moet wakker worden geschud.

Naast een massieve hoeveelheid talent is de bereidheid van de sporter om doping te gebruiken een selectiecriterium om de top te halen.

donderdag 17 september 2015

Maarten Ducrot naar Roompot

De afgelopen Vuelta was een feest. Vier Nederlandse etappe-overwinningen en Tom langdurig in het rood. Zelfs de organisatoren hadden niet durven dromen dat het verschil tussen de nummers 1 en 2 op de voorlaatste dag slechts zes seconden zou bedragen. De zaterdag-etappe was een geweldig schouwspel. Hoewel intens treurig voor Dumoulin, het ploegenspel van Astana mikte met militaire precisie raak. Mooiste beeld van de dag was dat van de op achterstand rijdende Tom, die van rechts in beeld werd genomen door de camera toen hij bijna onzichtbaar 'nee' schudde en daarna naar zijn voeten keek. Poëzie.

Maar nu even iets anders. Hoe komen we in godsnaam van Maarten Ducrot af? Het kan echt niet meer! De man rijgt de onzinnigheden schaamteloos aaneen. Ik heb het tijdens de Vuelta een keer bijgehouden: van elke 20 opmerkingen zijn er 15 tot17 controleerbaar onwaar. Lars Boom zag dat al eerder; hij praat om deze reden niet meer Ducrot.

In 2004 verving Ducrot Erik Breukink bij de NOS als wielercommentator. Breukink is sympathiek, maar ongeschikt voor het vak: te genuanceerd, te bescheiden. Mart Smeets moest hem steeds dezelfde vragen stellen en Erik was blij dat hij bij Rabobank kon gaan ploegleiden. Ducrot leek in eerste instantie een verbetering. Echte 'inside information' van een ex-prof. Maarten werd in 1982 wereldkampioen op het onderdeel ploegentijdrit (100 km!), deed vijf keer mee aan de Tour de France en won er een etappe in 1985. Een kenner, hoopten we.

Na een veelbelovende start ging het helaas snel achteruit. Zo was daar het gedrocht van het Nieuwe Wielrennen, te pas en te onpas gebruikt als verklaring voor dingen die Maarten niet begreep. Demarrage op 200 km van de meet: Nieuwe Wielrennen. Geen demarrage op 200 km van de meet:: Nieuwe Wielrennen. Grote valpartij op rechte weg: Nieuwe Wielrennen.

Dan was er het advies aan ik meen Bauke Mollema diep in de finale van Luik-Bastenaken-Luik. Maarten had net verkondigd dat Roche aux Faucons de laatste serieuze hindernis was en dat de klim naar de finish in Ans weinig meer voorstelde. Dat was meer een soort vals plat. Voor onze rasklimmer en veelwinnaar Ducrot misschien, maar voor gewone stervelingen voelt 1.3 km a 7% toch anders, zeker als je al bijna 250 km hebt gefietst. Zijn advies aan Bauke luidde als volgt. Goed opletten nu, pen en papier erbij. Komt-ie: "Bauke moet nu gewoon zo hard mogelijk naar boven rijden".

Afgelopen Vuelta maakte ik een van de dieptepunten mee. Maarten was lekker aan het babbelen over hoe hij (als enige) goed zag dat de renners in de kleine kopgroep van een dag in de bergen he-le-maal stuk zaten. Twee man demarreerden. Maarten vertelde dat deze twee eigenlijk al niet meer konden ("dat zie je zo"), maar het laatste restje energie uit hun lichaam persten. Achter de twee viel een gaatje. Er werd kort wat gepokerd, toen een van de achtervolgers in een haarspeld de (zeer steile) binnenbocht nam en naar de koplopers 'poefte'. Maarten: "Die zit helemaal stuk, die zoekt naar een gemakkelijke weg en probeert daarom de binnenbocht, maar die weg is er niet, jongen". Ik moest huilen.

Ik stel voor dat we Maarten inruilen voor Michael. Maarten stoppen we weg als ploegleider van Team Roompot en we halen Michael Boogerd terug naar de NOS. Laten we eerlijk zijn, ploegleiden is natuurlijk niets voor Boogerd. Die wil zelf in de schijnwerpers staan. Twee vliegen in een klap.

vrijdag 4 september 2015

Werkt EPO?

Natuurlijk, zult u zeggen. EPO, of erythropoietine, verhoogt het aantal rode bloedlichaampjes (erythrocyten) en daarmee de zuurstoftransportcapaciteit van het bloed. Hierdoor wordt  meer zuurstof aan spieren afgegeven en verbetert de prestatie. Bloeddoping werkt op dezelfde manier. Logisch, zou Johan Cruijff zeggen.

Eschbach et al  New Engl J Med 1987
Ook nefrologen zullen ongeinteresseerd hun schouders ophalen op deze vraag. Sinds de introductie van EPO is de kwaliteit van leven van patienten zonder nierfunctie extreem verbeterd en ook binnen de hematologie wordt door patiënten en dokters geen seconde getwijfeld over het effect. Klachten veroorzaakt door onvoldoende aanmaak van rode bloedcellen door beenmergziekte kunnen regelmatig sterk worden verlicht door een simpele - niet eens dagelijkse - onderhuidse injectie.


De vraag of EPO werkt is dus niet zo goed. Het gaat om de vraag of EPO werkt bij topsporters. Probleem is dat daar nu bitter weinig onderzoek naar is gedaan.

Bram Brouwer (1947) is schaats- en wielrentrainer die in 2009 zijn master of science Arbeids- en Organisatiepsychologie aan de Open Universiteit behaalde (cum laude). Sindsdien deed hij promotie-onderzoek naar doping bij wielrenners (zie: www.brambrouwer.nl). Hij gebruikt het gebrek aan onderzoek naar de effecten van EPO bij topsporters als argument dat het geen of nauwelijks effect kan hebben. Ook het gegeven dat de meeste gepakte EPO-gebruikers werden gevonden in het 'midden van het peloton' zou voor een klein effect pleiten: als de middelmatige renners het gebruiken en nog steeds niet winnen van de schone (lees: niet gepakte) renners, kan het effect niet groot zijn. Brouwer in de Volkskrant van 2013: "En de aanname - meer zuurstof in het bloed is harder fietsen - is een fabel. Dan kunt u als tourliefhebber even hard fietsen als uw favorieten". Een denkfout. Alsof tourliefhebbers net zo hard trainen als professionals. Brouwer erkent dat het peloton harder is gaan fietsen, maar ziet deze versnelling al vanaf "[..] begin jaren tachtig, toen EPO nog niet bestond". Hij verklaart de toenmalige voorsprong van Italiaanse renners door de moderne trainingsmethoden. Hij weet misschien niet dat EPO vanaf 1983 al in grote hoeveelheden kon worden geproduceerd en vergeet dat Fransesco Moser in 1984 de trainingsmethoden gebruikte van Michele Ferrari, die een tamelijk prominente rol voor bloedtransfusies had ingeruimd.

Mijn dit type argumenten krijg je de zaak niet scherper. Zelfs met de strakke correlatie tussen de prestaties van Marco Pantani en zijn hematocriet komen we maar een beetje verder. We zullen het moeten hebben van hard-core wetenschappelijk onderzoek. Hoewel niet uitgevoerd bij topsporters is er een ruim aanbod aan literatuur beschikbaar over de effecten van EPO bij atleten. Ik pik er twee uit.

In 2000 verscheen een studie uit Noorwegen waarin gekeken werd naar onder andere het effect van EPO op het uithoudingsvermogen van wielrenners. Het onderzoek was dubbelblind en placebo-gecontroleerd: noch de sporters, noch de onderzoekers wisten wie EPO of placebo kreeg. Na 4 weken EPO-gebruik was de VO2-max (een maat voor het conditieniveau) gestegen van 63.6 naar 68.1 (7%).

Zeer lezenswaardig is de site van Ross Tucker en Jonathan Dugas (http://sportsscientists.com), beiden gepromoveerde Zuidafrikaanse inspanningsfysiologen, die net als ik overtuigd zijn van het effect van erythopoietine op de prestatie. Niet alleen wetenschappers, maar ook nog experts op het onderwerp. Het aantal relevante publicaties op de medische-wetenschappelijke database PubMed van Tucker is 37.

Zij halen een andere studie aan, die in 2007 verscheen in het European Journal of Applied Physiology. Een groep van 16 fitte amateurwielrenners werd gesplitst, waarbij 8 renners gedurende 13 weken EPO kregen toegediend. De overige 8 kregen placebo-injecties. Het maximale vermogen was in de EPO-groep na 4 wkn 13% hoger, terwijl de 'time to exhaustion' verbeterde met 54% (van 22 naar ruim 33 minuten op 80% van maximale vermogen).


Belangrijkste kritiekpunten waren dat de studie niet geblindeerd was (de sporters wisten of ze EPO of placebo kregen) en dat het niet ging om professionele sporters, bij wie de effecten op het maximale vermogen waarschijnlijk kleiner zullen zijn. Aan de andere kant, een kleine verlenging van de 'time to exhaustion' kan gemakkelijk winst betekenen na een lange bergetappe.

Dus EPO werkt bij patiënten, bij gezonde vrijwilligers en bij goed geoefende sporters. De meningen over het effect bij topsporters verschillen. U moet natuurlijk niet zomaar iemand geloven, maar op wie zo u uw geld zetten: op een arbeids- en organisatiepsycholoog die met halfbakken argumenten aankomt of op een inspanningsfysioloog die de boel wetenschappelijk benadert en daadwerkelijk zelf onderzoek gedaan heeft?

zondag 30 augustus 2015

Cognitieve dissonantie

De wereldkampioenschappen atletiek zitten er op. Ik heb niet al te veel gezien, maar wat ik wel zag was vooral een freak show. Hoewel ik mezelf graag beschouw als een scepticus waar het op wielrenprestaties aan komt, moet ik nu bekennen dat ik - vrees ik - al mijn naiviteit heb verloren als het gaat om topsport in het algemeen.

Het ARD-BBC document dat vlak voor de wereldkampioenschappen bekend werd maakte gewag van een enorm dopingprobleem binnen de atletiek. Vroeger dachten we achteroverleunend dat dat toch vooral een probleem was van het Oostblok en dat het ongegeneerde gebruik van prestatiebevorderende middelen in het afvalputje was verdwenen met het vallen van de Berlijnse Muur. Dat de sprint vooral door Jamaicanen werd gedomineerd en de lange-afstandnummers vooral door Kenianen verklaarden we door een overigens onbekend, maar evident genetisch voordeel. Het feit dat in beide landen nauwelijks op doping wordt gecontroleerd en dat atleten in Kenia bij de zeldzame controles van tevoren worden gewaarschuwd schoven we terzijde. Blijf af van de atletiek, dat is een elegante en schone sport!

De 100 meter sprint werd 'verkocht' als een strijd tussen Goed en Kwaad. Usain Bolt vertegenwoordigt het Goede: supertalent, nog nooit positief bevonden, genetisch voordeel want van Jamaica. Tuurlijk, hij heeft trainers die bijbeunen als dopingkoeriers, maar zo'n sympathieke jongen, die is natuurlijk schoon. Het Kwaad was Justin Gatlin: langdurig geschorst geweest, korting gekregen wegens meewerken met de dopingspeurders en op zijn ouwe dag harder lopend dan ooit. Bolt - o Redder der Atletiek - won, Gatlin kreeg zilver. Ze omhelsden elkaar na afloop innig. De nummer 4 heb ik overigens niet horen klagen dat het missen van een medaille werd veroorzaakt door een sprinter die eigenlijk thuis op de bank had moeten zitten. Ik zou dat zelf nogal moeilijk te verteren hebben gevonden.

Dan Dafne Schippers. Frisse meid, sympathiek, supertalent, altijd al goed geweest. Journalist Henk Stouwdam in de NRC verklaarde haar goede presteren onder andere uit haar "enorme wil om te winnen" en - let nu goed op - haar "hekel aan verliezen". Juist. Het wordt tijd om sportjounalisten vanaf nu consequent slechts 'verslaggevers' te noemen. Stouwdam schreef overigens een zeer vermakelijk stukje over het lichaam van Schippers; erg de moeite waard als je met het verkeerde been uit bed bent gestapt.

Het probleem bij Schippers is dat ook ik niet wil geloven dat ze gedrogeerd is. Dat komt niet omdat haar prestaties erg geloofwaardig zijn, want dat zijn ze natuurlijk niet. De vierde tijd ooit, alleen Griffith-Joyner en Jones, twee dope-konijnen pur sang waren sneller. Nee, mijn geloof in haar komt door haar nationaliteit. Nationalisme is een eng ding, blijkt maar weer.

Ik probeer me ertegen te verzetten. Net zoals ik me verzet tegen het geloof in de zuiverheid van de overwinning van de ook zeer sympathieke Tom Dumoulin vandaag in de Vuelta. Tom is een tijdrijder die aardig bergop kan. Vandaag versloeg hij na zeer steile laatste kilometers onder anderen Quintana, Froome, Valverde en Rodriguez. Knappe prestatie, maar als een tijdrijder uit Rusland of Turkije de etappe had gewonnen was mijn uit chauvinisme geboren coginitieve dissonantie toch een stuk minder groot geweest.

donderdag 16 april 2015

Waarom zijn wielrenners zulke slechte leugenaars?

Het moet weer even. Ik had me voorgenomen niet meer zoveel over doping te schrijven, maar kan de drang nu echt niet weerstaan. Vandaag moest Greg van Avermaet zich verantwoorden tegenover de Belgische wielerbond voor zijn contacten met sportarts Chris Mertens. Greg zou zich hebben schuldig gemaakt aan inname van Diprophos (injecteerbaar betamethason: zeer krachtig corticosteroide) en Vaminolact (injecteerbare combinatie van aminozuren). Beide middelen staan op de dopinglijst. Diprophos mag je alleen gebruiken als je in het bezit bent van een dispensatie en Vaminolact mag je alleen gebruiken als je niet injecteert. Waarom dokters intraveneuze corticosteroïden zouden moeten toedienen aan atleten (anders dan voor doping) is mij een raadsel en het slikken van een middel dat bedoeld is voor injectie is meestal ook geen goed idee. Een glas melk is waarschijnlijk effectiever.

Het probleem van de Belgische bond ligt niet alleen bij de middelen die Greg gebruikte. Het feit dat hij ze waarschijnlijk kreeg van Chris Mertens maakt het er niet frisser op. Dokter Mertens kwam in 2013 al eens in het nieuws toen hij ozontherapie zou hebben toegepast op een aantal atleten, onder wie Jurgen van den Broeck. Kwakzalverij natuurlijk, maar dat doet er even niet toe. In 2012 werd de Belgische WK-ploeg door collega Mertens geprepareerd. Gilbert werd wereldkampioen. Dat prepareren moest kennelijk in het geheim: een en ander werd pas bekend na een anonieme brief aan tv-zender VTM. Verder valt over Chris Mertens te vertellen dat hij de zoon is van Jules Mertens. Jules was ook al actief in het wielrennen, onder andere bij de PDM en Capri Sonne, waarvan Peter Winnen uit de doeken deed dat hij er doping kreeg voorgeschreven.

Tot zover niets nieuws onder de zon.

Mijn verbazing werd vooral geschetst door de reactie van Van Avermaet. Hij geeft toe dat hij patient was van Chris Mertens, die zichzelf beschrijft als "een gewone huisarts". Hij ging daar echter niet heen voor medicatie, hoe kom je erbij. Hij vertelt dat hij de huisdokter uit Rotselaar alleen voor massage bezocht.

Massage.

Greg fietst voor BMC, waar ze volgens de website 11 'therapists' (fysiotherapeuten?) en 2 osteopaten (lees: kwakzalvers) in dienst hebben. Dat is niet genoeg voor Greg. Greg wil liever gemasseerd worden door een "gewone huisarts" uit Rotselaar. Ik weet niet hoe u het zich voorstelt, maar als ik naar mijn huisarts ga met het verzoek om een massage, word ik waarschijnlijk getrakteerd op verbazing en hoongelach.

Greg moet even bellen met Frank van Marwijk die liegcursussen aanbiedt. Vooral letten op regel 7, Greg: "Geef geen onnodige verklaringen af".